‘Even op adem mogen komen…’

Het kan iedereen overkomen, die onrust, chaos in je hoofd, de angst, het heel erg alleen zijn. Een vechtscheiding, een verkeerde keuze, soms gewoon toeval en ineens die spiraal naar beneden, waar hoop vervliegt en eenzaamheid op de loer ligt. Soms begint de dwaaltocht door de bureaucratie, hoe goed veel hulpverleners het ook bedoelen.

Lees meer…
Paul van Hattem, bestuurslid van Netwerk DAK
Even op adem mogen komen, de kans bieden voor een ontlading , dat is de kern van een inloophuis. Gewoon mogen zijn, zoals soms je huiskamer kan voelen als je familie er is. De overheid kan dat thuisgevoel niet bieden, maar hier zijn mensen die gewoon naast je gaan staan zonder dat je meteen moet intekenen voor een ‘traject’. Paul van Hattem, bestuurslid van Netwerk DAK, de koepel van inloophuizen, buurtpastoraat en straatpastoraat, weet hoe belangrijk het ‘niets moeten’ is. In zijn dagelijks werk als manager bij de GGD in Dordrecht ziet hij de afstand groeien tussen mensen die wel en

die niet mee kunnen met het tempo en de regels van onze samenleving. “Er is de harde systeemwereld en er is de soms onzekere, eenzame mens. De overheid kan dat niet oplossen. En het gaat niet over zieligheid. Leven gaat over veerkracht en de verbinding met elkaar. Dan kun je de wereld aan. En helaas ben je dat soms kwijt. Dat kan jou en mij ook overkomen.” Ieder mens heeft aandacht nodig en wil ergens bij horen. “Wij zijn sociale wezens. Met echte aandacht, zoals in inloophuizen, geef je een ander hoop en zo ontstaat er misschien een nieuw perspectief.”

Paul is opgegroeid in een katholiek gezin, waar naastenliefde, iets doen voor een ander een belangrijke waarde was. Dat brengt hij nu ook over op zijn kinderen, vooral ook door het voor te leven. “Iedereen moet de rol pakken, die bij hem past. Ik wil met het DAK-bestuur een stem geven aan deze groep en aandacht vragen voor het werk dat in inloophuizen gebeurt.” Inloophuizen zijn niet alleen huiskamers voor mensen die zich alleen voelen. Je ontmoet er ook lotgenoten en soms ontstaan er mini-gemeenschappen. Je wordt ergens gemist als je een weekje niet komt.”

“Het gaat over verbinden. Dat is hét thema van onze tijd. Het initiatief voor een inloophuis komt vaak uit mensen zelf, vrijwilligers die zien dat er nood en eenzaamheid in hun omgeving is. Die eigen kracht van mensen moeten we blijven koesteren. Het huis moet klein blijven en persoonlijk. Als bestuurslid probeer ik deze kleine en grote initiatieven te ondersteunen, hun belangen staan voorop. Veel vrijwilligers vinden het bijvoorbeeld heel prettig om ervaringen met anderen uit te wisselen. Dan proberen we inloophuizen bij elkaar te brengen of met advies en trainingen te ondersteunen. Dat is onze rol.”
“Weet je, eigenlijk draait ons werk om geloof, hoop en liefde. Het klinkt oubollig, maar het zit bij ons wel in een heel nieuw jasje!”

‘De tijd is rijp. Ik wil mensen in beweging krijgen’

“Met ons project “Iedereen telt mee”, waarbij we mensen die sociaal geïsoleerd zijn een bezoek brengen zodat zij in beeld blijven, ben ik blij. Mensen die niemand om zich heen hebben, hebben vaak een heel verhaal te vertellen. Dat verhaal willen we graag horen en ontdekken wat we voor hen kunnen doen. Soms lukt het om mensen uit hun huis te krijgen. Soms naar het inloophuis, soms ook niet, maar ze zijn in beeld en weten dat er iemand is die naar hen omkijkt. Dat willen we graag voortzetten.”

Lees meer…
Ina Duit, Coördinator
Het inloophuis Vollenhove in Zeist-Noord – een woning op de begane grond in een immens, muurachtig flatgebouw – werd in het begin gewoon ‘weggehoond’. De rijke bewoners in de omringende villawijken zagen het nut niet, maar óók de flatbewoners zelf wilden maar niet komen. Diezelfde afwijzing trof de voedselbank: zogenaamd niet nodig. Inmiddels komen er wekelijks zo’n 100 mensen pakketten halen en wordt er één keer per week gekookt voor bewoners, al heerst er veel schaamte onder met name ouderen om een voedselpakket op te halen. Een enkele keer wordt er een voedselpakket door vrijwilligers naar de deur gebracht.
“Persoonlijk contact is hier het enige wat werkt, papieren flyers doen niets”, vertelt Ina Duit, coördinator van Kerk en Samenleving. Zij ging tien jaar geleden met een diaken en een groep vrijwilligers van deur tot deur in de multiculturele flat met 750 woningen. “We vroegen naar de inspiratie van mensen, en dat leverde toch interesse op.” Maar het was een zaak van de lange adem. Bij de eerste open maaltijd, gesponsord en wel, kwam niemand opdagen. “Dat was zo teleurstellend.”
Ina Duit pakte door. Inmiddels zitten de naailessen en taallessen vol en is er onder meer een ‘gezond eten’-project voor kinderen gestart, met vrolijke groentepizza’s. Obesitas en erachter liggende opvoedproblemen spelen achter veel voordeuren. Maar er heerst ook groot wantrouwen naar welzijnswerkers.

‘Jij Nederlander gaat mij niet vertellen hoe ik als Marrokkaan moet koken’, hoorde zij. “Ik hoop dan maar dat de kinderen thuis om de lekkere pizza vragen!”
Voor Ina doen veel bewoners hun deur nu wel een beetje open. “Ze weten dat we zonder agenda komen en dat we niet oordelen, maar dat we proberen om verbinding te houden. Veel bewoners drinken hier teveel. Dronken mogen zij niet bij ons komen, maar we zorgen altijd wel dat ze een bakje eten krijgen. We helpen soms ook met de uitkering of zo. Zo blijven mensen in beeld, en soms sturen we ze door naar het Sociaal Team.”
Vrijwilligers zijn de kurk waarop inloophuizen drijven. Het is van belang de balans in het vrijwilligersaanbod goed te houden. “Bij ons komen kwetsbare mensen en dan is er altijd wel wat. Veel dingen gaan niet vanzelf: als we koffie en koekjes neerzetten is het zo op. En bij de maaltijden zorgen mensen eerst voor zichzelf. Daar moeten we bij zijn om eerlijk te delen.”
Er vindt al veel verbinding plaats tussen bezoekers en vrijwilligers als mensen het nodig hebben, bijvoorbeeld bij ziekte, gebroken ledematen of wat ook maar. Dan wordt er eten gebracht, een boodschap gedaan of wat er maar nodig is. Het inloophuis biedt warmte en geborgenheid, voor sommigen een tweede huiskamer.

Nadenken hoe bezoekers en vrijwilligers nog meer zelf zouden kunnen doen is belangrijk voor Ina. “De tijd is rijp. We vragen nu steeds vaker ‘en wat heb jij te bieden?’ Iets zelf oppakken geeft voldoening. Ik wil meer verbinding en initiatief, zonder dat we overal bemoeienis mee moeten hebben. Bij vrijwilligers die soms eerst bezoekers waren kijk ik vooral naar hun stevigheid, die heb je hier echt wel nodig. En we passen ons als beroepskrachten ook aan. Zo vergaderen we bijvoorbeeld op vrijdagavond. Dan zijn ook onze vrijwilligers vaak alleen thuis.
Hoe je mensen in beweging kunt krijgen, dat vind ik een belangrijk thema voor onze bijeenkomsten met Netwerk DAK. We werken al zo lang hier in de wijk, dat geeft ons ook een tunnelvisie. We storten ons op het werk, duiken erin. En nemen dus weinig de tijd om echt diep over het werk na te denken. Ik zou veel meer met andere inloophuizen willen uitwisselen. ”
Bijvoorbeeld over wat je wel en niet aanbiedt in de huiskamer. “Ik ben daarin veranderd en ga niet overal meer in mee. Arabische taalles aan kinderen, zoals laatst gevraagd, dat vind ik niet bij ons passen. Ik handel dan vanuit mijn gevoel, wat wel en niet verbindend werkt, en gelukkig krijgen we de vrijheid om te beslissen. Ik ben echt blij dat ik voor Kerk en Samenleving kan werken. Het is wezenlijk werk.”

Kerk en Samenleving, het staat groot op de deur. Het woord kerk werkt uitnodigend, merkt Ina. “Ja, ook voor andersgelovigen. Ik hoor vaak ‘ik ben blij dat je christen bent, dan heb je ook een geloof.’ En het is hier normaal dat we aandacht schenken aan Ramadan en andere religieuze feestdagen.”
Voor sommige mensen is deze flat letterlijk een muur. ‘Noord’ wordt als problematisch gezien. “Laatst stelde iemand uit de villawijk voor om op oudejaarsavond eens voor ons te koken. ‘Want dan zijn de restaurants dicht.’ Ze had geen idee dat onze mensen nooit naar restaurants gaan. Soms zijn er verschillende werelden die moeilijk bij elkaar komen.”
“Met ons project “Iedereen telt mee”, waarbij we mensen die sociaal geïsoleerd zijn een bezoek brengen zodat zij in beeld blijven, ben ik blij. Mensen die niemand om zich heen hebben, hebben vaak een heel verhaal te vertellen. Dat verhaal willen we graag horen en ontdekken wat we voor hen kunnen doen. Soms lukt het om mensen uit hun huis te krijgen. Soms naar het inloophuis, soms ook niet, maar ze zijn in beeld en weten dat er iemand is die naar hen omkijkt. Dat willen we graag voortzetten.”

‘Als je hoofd vol zit, kun je niet nadenken’

Een tijdje geleden zat de straatpastor bij een hem onbekende man in de nachtopvang, die hem uitvoerig zijn verhaal vertelde. Plotseling zweeg de man. “En toen zei hij: weet je, ik ben even gaan rekenen. Het is nu 4 jaar en 7 maanden geleden dat iemand echt naar mij luisterde.” Het raakt Koffeman.

Lees meer…
Klaas Koffeman, Straatpastor
Hoeveel mensen dak- en thuisloos zijn in Den Haag, hangt af van het politieke moment. “Voor de verkiezingen zijn het er altijd veel minder dan erna”, weet Klaas Koffeman. Hij werkt al ruim een decennium als straatpastor in Den Haag. Hij en zijn collega’s schatten dat er soms wel 500 dakloze en vaak verwarde mensen méér op straat zijn dan de gemeentelijke statistieken aangeven.
“Het begrip ‘zelfredzaamheid’ wordt in dit land veel te rigoureus toegepast. Ik ben er zeker niet voor om iedereen maar in een instelling weg te stoppen, maar er is een groot gebrek aan veilige woonvormen. Als je zogenaamd uitbehandeld bent, land je veel te snel alleen op straat.” En de toenemende psychische problematiek geeft dan weer extra problemen op de opvangplekken die er in de stad zijn voor daklozen zoals de nachtopvang.
Koffeman is regelmatig te vinden bij zowel de soepbus voor Centraal Station alsook in de nachtopvang en is ook zonder eigen ‘loket’ goed bereikbaar. Wekelijks begeleidt hij, naast de informele gesprekjes op parkbanken of in de stad, minstens zo’n 5-10 mensen bij hun contacten met een bewindvoerder, UWV, de gemeente of andere instanties.

“Vroeger ging het in onze gesprekken vaak om persoonlijke problemen; nu merk je dat de materiële problemen steeds groter worden. En veel mensen voelen dat hun verhaal bij de instanties gewoon niet wordt gehoord.”
Koffeman kan goed en rustig luisteren. “Vaak zit het hoofd vol met problemen, dan kun je niet meer systematisch nadenken. Ik probeer vooral klankbord te zijn. Wat vragen stellen als iemand vertelt helpt vaak al om dingen helder te krijgen. Dan kunnen we de problemen samen in porties hakken.” Een tijdje geleden zat de straatpastor bij een hem onbekende man in de nachtopvang, die hem uitvoerig zijn verhaal vertelde. Plotseling zweeg de man. “En toen zei hij: weet je, ik ben even gaan rekenen. Het is nu 4 jaar en 7 maanden geleden dat iemand echt naar mij luisterde.” Het raakt Koffeman. “De afwijzing gebeurt vaak van twee kanten. Iemand heeft veel schuld- en schaamtegevoelens om echt te gaan praten. En de instanties hebben te weinig tijd om te luisteren. Tja, want je registreert zo iemand liever niet.”
‘Regiobinding’ is in de wereld van dakloosheid een beroemd en berucht begrip. ‘Vaak wordt er tussen gemeentes met mensen heen- en weer ge-pingpongd.

“Er hoort een zogeheten ‘warme overdracht’ te zijn. Dus als iemand naar een andere stad wordt gestuurd omdat er geen plek in de opvang is of om te helpen om uit het criminele netwerk of drugscircuit te kunnen komen, hoort dat van tevoren geregeld te zijn. Je zet iemand niet zomaar op de trein. Maar die overdracht lukt vaak niet.”
Klaas Koffeman praat vol rust en empathie. “In mijn werk is vrijheid belangrijk. Vertrouwen kun je niet in 15 minuten per afspraak winnen. Soms ben ik pastor, soms maatschappelijk werker. Als het nodig is, kan ik een hele week aan iemand besteden. Een dakloze heeft te weinig netwerk, klampt zich soms vast aan iemand, die even een klik biedt. Uiteindelijk proberen we mensen niet afhankelijk te laten zijn. We hebben met onze aanpak geen tijd voor veel activiteiten naast de wekelijkse viering en maaltijd op vrijdagavond. Soms doen we iets aan groepsgesprekken of theater om mensen los te laten komen. Maar het belangrijkste in ons werk is toch het persoonlijk contact.”
Zo’n 25 vrijwilligers zorgen voor de maaltijd op vrijdagavond, die meestal door meer dan 100 mensen bezocht wordt. “We zijn er heel blij mee.

De vrijwilligers moeten wel talentvolle mensen zijn want in dit werk kun je natuurlijk ook gemakkelijk gemanipuleerd worden.” Netwerk DAK is voor Koffeman vooral belangrijk als platform om ervaringen uit te wisselen. “Natuurlijk trekt dit werk ook een wissel op het leven van de straatpastor. Soms zie je iemand een tijd niet en dan denk je ‘zit die vast of is die dood?’ Dat raakt je natuurlijk. Het evenwicht tussen distantie en nabijheid is voor mij niet altijd gemakkelijk. Maar je moet beseffen dat het uiteindelijk niet je eigen probleem is. Je moet het ook weer los kunnen laten. En soms ga ik gewoon in Rotterdam even uit in plaats van in Den Haag, dan kom ik niemand tegen.”

‘Grenzen stellen of juist oprekken in schrijnende gevallen’

“Het werk hier betekent veel voor mij. Ik krijg er zoveel respect voor terug. Niet van dat neerbuigende, maar gewoon aardig. Daarvoor doe ik het.” Voor Ahmed, die lang ziek thuis was, betekent koken ook contact met anderen, en vooral nog meer Nederlands oefenen.

Lees meer…
Ahmet en Wiesje, Vrijwilligers
Het is een hele kunst om voor mensen met zoveel verschillende achtergronden te koken. Wiesje (73) en Ahmed (58), vrijwillige koks bij MST Tilburg zoeken elke week weer naar nieuwe lekkere maaltijden, die maximaal 2 euro mogen kosten. En die gegarandeerd halal zijn. Daar gaat ze nooit mee sjoemelen, zegt Wiesje. De soep vooraf is dan max 1 euro. “Dan heb je tenminste een paar keer per week goed gegeten. Dat heb je toch nodig”, zegt kok Wiesje. Samen met Ahmed staat ze in de drukke keuken, terwijl zo’n 50 mensen eten komen halen. Sommige bezoekers slapen even bij na de maaltijd, met het hoofd op tafel.
Het MST is een stedelijk centrum voor educatie, ontmoeting en ondersteuning: informeel, laagdrempelig en gastvrij. MST staat voor Mensen in beeld houden. Het MST is ruim 25 jaar geleden opgericht door twee religieuze congregaties: MSC en FDNSC, en voelt zich schatplichtig aan de sociale traditie van deze religieuzen. Het betekent: dagelijks op een stimulerende manier mensen in kwetsbare omstandigheden ondersteunen.

Een team van acht professionals werkt samen met de onmisbare inzet van 198 vrijwilligers zoals Wiesje en Ahmed.Die beiden zijn al jarenlang actief in het grote inloophuis. Het is goed georganiseerd, vertelt Wiesje, want ze voelt zich altijd gesteund door haar in totaal 197 collega-vrijwilligers, terwijl zij bezig is. Want koken betekent ook hongerige en soms vertwijfelde mensen ontvangen. Moeten aanhoren ‘ik ziek, ik honger’ en dan de juiste woorden terugzeggen: Dat ze een snee brood gratis kan geven, maar niet veel meer. Dat er wel koffie is en wat warmte. Grenzen stellen of juist oprekken in schrijnende gevallen. Of de bezoeker doorsturen naar iemand die met de problemen structurele hulp kan bieden. Vrijwilligers kunnen terugvallen op acht professionals, werkzaam bij het MST.
Ahmed en Wiesje willen zich vooral richten op gezond koken. “We proberen er altijd verse groenten in te verwerken. Het valt soms niet mee, want we kunnen alleen dat geld uitgeven wat we ervoor binnenkrijgen. Soms neem ik wat basilicum of zo van thuis mee, dat

maakt het net iets lekkerder.” En ja, vandaag heeft Wiesje zelfgebakken cake bij zich. Ze deelt ervan uit bij de gratis koffie, gewoon omdat ze het leuk vindt. “Het werk hier betekent veel voor mij”, zegt de gepensioneerde receptioniste. “Ik krijg er zoveel respect voor terug en dankbaarheid. Niet van dat neerbuigende, maar gewoon aardig. Daarvoor doe ik het.” Voor Ahmed, die lang ziek thuis was, betekent koken ook contact met anderen, en vooral nog meer Nederlands oefenen. Want zijn kinderen zijn hier ingeburgerd, en dat betekent dat ook hij in Nederland oud zal worden. Hij tolkt soms voor bezoekers. Wekelijks overleggen zij samen over passende recepten. Een boek dat door andere inloophuizen is gemaakt met goedkope recepten voor grote groepen, is een vondst. “Niet steeds Harira,” lacht Ahmed, “ook bloemkoolsoep.” De koks proberen ook bezoekers te stimuleren om met recepten te komen, bijvoorbeeld van hun moeder in het thuisland. Maar dat vereist veel praten met de bezoekers, en zij zijn vooral doeners. Het is moeilijk om opvolgers

te vinden voor het werk in de keuken, zo heeft Wiesje gemerkt. Ze merkt dat veel Tilburgers toch neerkijken op de buitenlandse gasten in het MST, dat maakt haar heel boos. En in die strijd wil ze haar steentje bijdragen zolang het nog gaat. Het is wel liefdewerk oud papier, dat doet niet iedereen. En daarnaast is het ook nog eens verantwoordelijk werk dat je niet zomaar kunt laten afzeggen. De boodschappen moeten worden gedaan, de planning gemaakt en al in de ochtend wordt er gekookt.
Wiesje en Ahmed helpen elkaar waar het kan. Ja, ze vinden dat ze wel de straat een beetje schoonvegen voor de gemeente Tilburg. ‘Je ziet de ambtenaren wel komen kijken hier,” vertelt Wiesje. “Het zou fijn zijn als ze een keertje kwamen eten, gewoon om een beetje aandacht te geven. Of dat er een kleine subsidie kwam voor de maaltijden. En ja – maar daar heb ik het maar niet over – mijn auto loopt ook niet op water.”
De foto bij dit verhaal is gemaakt door Jan Nieuwstad.

‘Gaan we flyeren bij huurwoningen of bij de golfbaan? Én/én!’

Er wonen maar 25.000 mensen in West-Zeeuws-Vlaanderen, dus de afstanden zijn groot. Ook sociaal is er veel afstand tussen de – meestal oudere – inwoners uit de streek, de vele nieuwkomers uit de Randstad die voor de Zeeuwse rust gaan en de vluchtelingen uit onder meer Congo, Eritrea en Syrië. JOTA probeert bruggen te bouwen. “De eenzaamheid groeit en iedereen heeft vragen over zingeving.

Lees meer…
Derk Blom, Bestuurder
“Als de mensen niet naar de kerk komen, moet de kerk naar de mensen gaan.” Derk Blom, predikant in drie Zeeuwse dorpen, verwezenlijkte met het ‘huis van ontmoeting en inspiratie JOTA’ in Oostburg zijn droom van een hedendaagse vorm van geloven. “Het wordt steeds stiller op zondag in de kerk. Als je niets doet is er over 20 jaar niets meer over van de kerkgemeenschap.” Toch is hem zijn breed-kerkelijk initiatief niet door iedereen in dank afgenomen. Kerkbestuurders zijn weliswaar druk met de gevolgen van de leegloop, maar houden vast aan de traditionele vormen van kerk-zijn, en dan het liefst binnen de muren van de eigen kerk.
Plannen maken voor JOTA viel dus niet mee. ‘Wat je wilt, is er al,’ en ‘te ambitieus’ kreeg Derk Blom te horen, toen hij drie jaar geleden met een groep vrijwilligers uit drie verschillende kerken begon aan het ‘huis voor ontmoeting en inspiratie’. “We zaten ook moeilijk met fondswerving. Voor het éne fonds waren we te kerkelijk, voor het andere juist niet kerkelijk genoeg.”

Toen tijdens de opening een ballet optrad op het plein, hoorde hij ‘dat je niet kon zien dat het huis ook van de kerk was’.
Maar JOTA bestaat al drie jaar en heeft inmiddels veel goodwill gekweekt, mede door de regelmatige stukjes in het streekblad. Midden op het Raadhuisplein van Oostburg lijkt het op zomaar een gezellig café. Regelmatig lopen Duitse toeristen binnen, en de predikant serveert zelf appeltaart en cappuccino. Zijn vrouw is druk bezig in de keuken van JOTA. Er hangen prachtige gedichten van Václav Havel aan de muur. Naast de kleine bibliotheek inspirerende teksten van Nelson Mandela en Martin Luther King. Derk Blom is nog op zoek naar een mooi foto van Malala Yousafzai, de Pakistaanse kinderrechtenactiviste. “Zo’n jong meisje kan de jongeren hier vast inspireren.”
Tientallen vrijwilligers, voor twee derde uit de kerken afkomstig, houden JOTA draaiende, met een brei- en een reparatiecafé, gezamenlijke maaltijden , taal- en naailessen voor nieuwe Nederlanders, en momenten van stilte of persoonlijk gesprek voor wie dat wil.

Ook is er het uitdeelpunt voor de voedselbank aan de achterkant van het gebouw. “Als iets al bestaat, doen we het niet”, aldus Derk Blom. “Maar er zijn steeds meer organisaties, die bij ons een plek huren, zoals het Alzheimercafé, mantelzorgers of kankerpatiënten. Weet je, geld is altijd wel een dingetje, maar we kijken toch vooral of een activiteit echt bij ons past.”
Er wonen maar 25.000 mensen in West-Zeeuws-Vlaanderen, dus de afstanden zijn groot. Ook sociaal is er veel afstand tussen de – meestal oudere – inwoners uit de streek, de vele nieuwkomers uit de Randstad die voor de Zeeuwse rust gaan en de vluchtelingen uit onder meer Congo, Eritrea en Syrië. JOTA probeert bruggen te bouwen. “De eenzaamheid groeit en iedereen heeft vragen over zingeving. Vroeger vond je de antwoorden in de vaste structuren, de kerk en de dorpsvereniging. Dat werkt voor jongeren niet meer. We zijn op zoek naar nieuwe aansprekende vormen. Ook organiseren we samen met Stichting Kerk & Vluchteling Zeeuws-Vlaanderen Wereldvluchtelingendag. De laatste keer hebben we samen liederen in elkaars taal gezongen”.

Voor Derk Blom is JOTA het huis van de hoop. “Jota, het kleinste leesteken, betekent voor ons dat we iets moois willen laten groeien vanuit eigen kracht”. Hoop en positiviteit zijn voor hem sleutelwoorden. “De week van de eenzaamheid is voor ons de week van SAMEN. Dan vragen we ons wel af: gaan we ervoor flyeren op de golfbaan of bij de sociale huurwoningen in de stad. Waarschijnlijk én/én. Want dit gaat iedereen aan.”

Vrijplaats in de maatschappij

“Alle lagen van de samenleving komen hier. Respect voor elkaar is het uitgangspunt. Veroorzaak je overlast en wil je je niet aanpassen, dan vragen we je om Meet-Inn te verlaten. Over het algemeen sturen de bezoekers elkaar bij en hoeven we nauwelijks in te grijpen.“
Lisan: “Eenzaamheid als probleem is niet heel concreet. Iemand die alleen is valt in principe niet zo op. Sympathie ontstaat pas als iemand iets concreets heeft of overlast geeft. Dan wil men vaak helpen.”

Lees meer…
Lisan Verboom, Coördinator
“Iedereen moet participeren, zegt de overheid. Maar er zijn ook mensen, die kúnnen dat gewoon niet. En die mensen mag je niet zomaar loslaten.” Lisan Verboom, al 14 jaar beroepskracht bij Meet-Inn in Ede, wordt fel als ze praat over haar inloophuis als ‘vrijplaats in de maatschappij’. “We doen mee aan veel projecten in de stad en van de gemeente. Maar we zijn niet volgzaam, we gaan zeker niet iets doen alleen maar omdat de gemeente dat wil.” Het lukt Meet-Inn ondanks de heftige kritiek op de huidige ‘participatiemaatschappij’ om steun van lokale ondernemers en donateurs te vinden.“We zijn van de buurt en dat waarderen ondernemers. Ik vertel soms verhalen over Meet-Inn bij de Rotary of andere businessclubs. Zo proberen we ook stigma’s over onze bezoekers te doorbreken.”Lisan kent en overlegt met iedereen in het sociale hulpcircuit in de stad en volgt alle maatschappelijke ontwikkelingen. “Er verandert zoveel in de samenleving, dat wij met ons werk misschien de constante zijn, de spil voor velen in het sociale web.”‘Niets hoeven, maar mógen komen’, dat is kort samengevat de identiteit van Meet-Inn. “Je mag hier in- maar ook uitlopen zonder iets te hoeven” , aldus Lisan. En daar is grote behoefte aan. Immers Meet-Inn, ooit opgericht door 14 kerken, bestaat al sinds 1989 en trekt veel dertigplussers. Het is veranderd van een jongerencentrum toen, naar een inloopcentrum voor iedereen en de ‘vrijplaats’ van nu. Wekelijks ziet zij zo’n 300 mensen langskomen in de grote huiskamer in het centrum van Ede; die komen eten, gewoon koffie drinken of even van zich af praten. “We sluiten niemand uit. Alle lagen van de samenleving komen hier. Respect voor elkaar is het uitgangspunt. Veroorzaak je overlast en wil je je niet aanpassen, dan vragen we je om Meet-Inn te verlaten. Over het algemeen sturen de bezoekers elkaar bij en hoeven we nauwelijks in te grijpen.“Lisan: “Eenzaamheid als probleem is niet heel concreet. Iemand die alleen is valt in principe niet zo op. Sympathie ontstaat pas als iemand iets concreets heeft of overlast geeft. Dan wil men vaak helpen.”Toch heeft Meet-Inn niet echt moeite om steun te vinden. Er werken tegen de 100 vrijwilligers. “Vrijwilligerswerk ligt in de trend, mensen willen best iets doen. Probleem is dat ze vaak niet lang blijven. Ze willen graag hun sociale netwerk uitbreiden. Bij ons moeten vrijwilligers stabiel zijn en minstens één dagdeel per twee weken willen komen. We maken heldere afspraken, vooral over continuïteit. Helaas vinden we zelden iemand die ook iets in de coördinatie wil doen. De meesten willen uitvoerend werk, ook als afwisseling naast hun banen.”Sommige vaste gasten willen ook best helpen. Dan wordt er een nieuwe functie ontworpen die de gast aankan, bijvoorbeeld maaltijd-assistent. Dat betekent dat ze meehelpen tafeldekken, opdienen en afwassen. Bezoekers willen best iets doen, maar willen dan ook graag een tegenprestatie. In het team vragen we ons af of we altijd een tegenprestatie moeten bieden, of dat ze ook moeten leren dat ze iets kunnen doen zonder daar iets voor terug te krijgen. Wat helpt hen het beste in het leven in de huidige maatschappij? Wij proberen daar met zulke kleine dingen op aan te sluiten.Lisan wil het liefst een gastenraad oprichten, waarin de bezoekers kunnen meedenken over belangrijke kwesties. “Onze bezoekers worden te vaak in de samenleving niet gehoord. Wij zouden dat wel moeten doen. Daarnaast zit er ook in onze bezoekers potentieel wat we verleerd zijn om te zien.”Veel vaste gasten in de Meet-Inn zijn binnenshuis beste wel mondig, vertelt Lisan.”Elke keer als een nieuwe bezoeker komt eten, stelt de gastvrouw die even aan iedereen voor. Laatst was ik dat even vergeten, En toen werd ik meteen door de groep gecorrigeerd.”

‘Gewoon een thuis, en vooral géén loket ’

Zorgmijders zijn in werkelijkheid loketmijders. ‘’Onze bezoekers hebben al zoveel kastjes en muren gezien. Ze worden gek van weer een loket, begrijpen de regels en formulieren gewoon niet. Bij ons mogen ze binnenlopen, met alleen hun voornaam. Wij registreren niemand.” Menselijkheid. Anton Metske, pastor bij Het Kruispunt in Arnhem, mist dat in de wereld van hulpverlening. “De angst regeert te vaak, ook op het Gemeentehuis.”

Lees meer…
Anton Metske, Medewerker
“Bij de nachtopvang hier in Arnhem moet je door verschillende sluizen: je inschrijven, formulieren invullen, knoppen drukken. Dat wekt agressie, dan voel je je niet welkom. Ze moeten daar veel vaker de politie roepen dan wij hier. Bij ons staat de deur open. We laten iedereen binnen zolang die hanteerbaar is. En dat rekken we soms ook op, als het nodig is. Zomaar binnen mogen lopen, dat maakt rustig.”Anton werkt al 14 jaar vanuit de Lutherse Kerk bij Het Kruispunt. Hij praat rustig en vol aandacht en ook met liefdevolle humor over de wereld van zijn bezoekers. “Laatst hielp ik iemand met een formulier. Bij ‘partner’ had hij met koeienletters dwars over het papier geschreven ‘ik heb nu nog geen vrouw maar in de toekomst wel’. Dat is ontroerend maar werkt helaas niet bij de Sociale Dienst.”En neem dan die echte Arnhemmer, die nog nooit buiten de stadsgrenzen is geweest. Hij krijgt vervolgens een woning aangeboden in Lunteren. Die man is meteen terug. “En die krijgt dan een kruisje achter zijn naam en dus nooit meer een huisje omdat hij zogenaamd niet meewerkt.”Jaarlijks weten zo’n 400 nieuwe bezoekers Het Kruispunt te vinden. Elke dag wordt er gekookt en eten ruim 30 mensen mee. Anton en de vrijwilligers letten goed op dat iedereen zich welkom voelt. “We laten hen met rust; vragen en het gesprekje komen vanzelf wel. Soms gewoon onder een potje rummikub.” In de huiskamer staat een kaarsje voor een mooie icoon. Anton draagt een houten kruis. “Er is ruimte voor vragen over zingeving. Je kunt ermee komen. Iedereen weet dat we niemand bekeren. Spiritualiteit komt ook boven bij allerlei feestdagen. Laatst hebben we hier zelfs voor een bezoeker, die niemand meer had, een uitvaartdienst gehouden.”De pastor ziet steeds meer bezoekers binnenkomen met een psychiatrische aandoening. Veel dagbestedingen zijn immers wegbezuinigd en mensen lopen in de wijken. “Negentig procent van onze bezoekers zijn mannen. Vrouwen worden minder snel dakloos, heb ik de indruk. Ze praten sneller dan mannen over hun zorgen, tegen vriendinnen of hun familie. Dan komt er hulp op gang. Mannen praten onder elkaar over voetbal en auto’s, maar niet over depressies of problemen.Dan is het plotseling te laat.”Tientallen vrijwilligers helpen om Het Kruispunt draaiende te houden. “We nemen al snel iemand aan, al moet iemand geen hulpverlener willen spelen. Gekookt wordt hier bij toerbeurt door scholen, serviceclubs, kerken e.a. We hebben een heel rooster.” Soms helpen bezoekers ook mee. “We moeten dat wel goed begeleiden. Ze denken soms dat ze door te helpen wel ‘superbezoekers’ worden en de zaken hier bepalen.“Twee keer per week houden maatschappelijk werkers ‘spreekuur’ in Het Kruispunt. “Dat is ooit begonnen met het Leger des Heils. Het werkt heel goed. Zij krijgen meer begrip voor het ‘zooitje wat maar doet’. We worden toch een beetje gezien als het afvoerputje van Arnhem. De maatschappelijk werkers liften mee op het vertrouwen dat hier is ontstaan. En omgekeerd leren de bezoekers ook van hen. Want het contact met instanties gebeurt in een veilige, vertrouwde omgeving. Zorgmijders blijken dat vaak te missen.” De gemeente Arnhem ondersteunt het Kruispunt.Anton: “Ze zien ook wel dat er een gat aan de onderkant is, dat de sluitende zorgaanpak niet echt werkt. Een tijdlang hebben wij voor sommige bezoekers zelfs het geld ontvangen van de Sociale Dienst en aan ze gegeven. De regel is dat de dienst niet cash mag uitbetalen aan cliënten. Maar onze bezoekers hebben vaak geen bankrekening. Het werden steeds méér mensen, voor wie we dat moesten doen. En dat is niet de bedoeling. Dan denk ik: verander toch die regel gewoon.”

‘Je moet gewoon beginnen, niet wachten totdat alles klopt’

“Verzin een goed idee. En doe het dan gewoon, wacht niet totdat alles perfect klopt.” Paul van Mansum, voorzitter en vrijwilliger bij inloophuis De Wissel in Schiedam, is alles tegelijk. Denker en doener, visionair en aanpakker. En zo’n bijzondere vrijwilliger is best nodig om een klein inloophuis als De Wissel draaiend te houden.

Lees meer…
Paul van Mansum, De Wissel, bestuurslid
De huiskamer in het oude centrum oogt een beetje als winkeltje: de verkoop van curiosa helpt het budget op te krikken, dat door de kerken beschikbaar is gesteld. Maar ze verzamelen er ook cartridges en bereiden avonden voor met films die je raken en waar je over kunt praten – tegen een kleine bijdrage. Hopelijk komen er dan ook anderen op af. En zo zijn er nog tientallen plannen. “Stilzitten is niet mijn ding”, vertelt Paul. “We moeten bruggen bouwen in de samenleving, met z’n allen. Het kan toch niet zo doorgaan, dat een groep mensen hier zit, en een andere groep nooit tegenkomt. We horen toch samen. Met een nieuw activiteitenaanbod hopen we ook andere doelgroepen binnen te krijgen. Het liefst zou ik Bolkestein eens binnenhalen, om ook de rijken uit te nodigen. Niet alleen voor het geld, maar we moeten gewoon de kloof dichten.” Ruimte

voor zingeving is belangrijk in de Wissel. Op de eerste maandag van de maand is er de Sirene-dienst: een moment van aandacht voor hoop en vrede, met meditatie en gebed. Ook is het gelukt om een project over levensverhalen op te zetten, een mooie methode om generaties met elkaar te verbinden. “Weet je, het enige wat we geven is echte aandacht!” De groep die het inloophuis bezoekt, is best hecht. 25 Vrijwilligers houden de Wissel vier dagen per week open, per keer zijn er zeker zo’n 20 bezoekers. Paul springt in als iemand niet kan. “Ik heb dat al.van thuis meegekregen, van mijn moeder.  We deden Kerst-Inns en organiseerden vakanties voor mensen die het niet breed hebben.” Ook in zijn werk was Paul altijd betrokken bij mensen, die moeizamer meekomen. “En toch geeft juist dit werk heel veel energie. Ik wil groeien, ook als mens. In

dit werk kan dat.” Met zijn inzet inspireert hij soms ook de vaste bezoekers om mee te helpen. Willem, die net koffie drinkt,  vertelt trots dat hij meegeholpen heeft bij de opbouw van het terrasje, dat ’s zomers soms buiten in de winkelstraat wordt gezet, zodat meer mensen kunnen zien wat De Wissel is. Anderen hebben de stilteruimte helpen verven. Bezoekers brengen elkaar aan en praten veel met elkaar. “Als bijvoorbeeld een vaste bezoeker van de vrijdag niet komt, belt die vaak even. Laatst belde een bezoekster zelfs uit het ziekenhuis. Dan sturen we een kaartje of gaan op bezoek, net als je bij familie zou doen.” De Wissel werkt samen met een ander inloophuis. Paul: “Leren van anderen is echt belangrijk. We zijn al bij verschillende inloophuizen op bezoek geweest, om ideeën op te doen.“ Verstevigen van de organisatie, dat is de grootste uitdaging

nu voor Paul. Dat geldt zowel voor zijn eigen rol, alsook voor de bezoekers. Met een nieuwe website, waarvoor hij een prijs heeft gewonnen, probeert hij nieuwe vrijwilligers te vinden, maar ook nieuwe bezoekers te bereiken. “We moeten steeds nieuwe dingen bedenken zodat mensen ons blijven vinden. Want de eenzaamheid is er. En dan is ‘gezien worden’ bij een kopje koffie vaak al genoeg om dat trieste gevoel te doorbreken.”

‘Ieder mens heeft een uniek verhaal’

Veel kwetsbare burgers zijn boos op instanties. Omdat ze zich niet begrepen voelen of onrechtvaardig behandeld. Ze verdwijnen uit het zicht van de overheid. Als bestuurder moet je zorgen dat alle schakels in de stad voor deze vaak onbereikbare groepen samenwerken, van loket-ambtenaar tot straatpastor die op gesprek gaat onder de bruggen.

Lees meer…
Bert Van Alphen, Professional
Wethouder (sociale zaken, armoedebestrijding en maatschappelijke opvang) Bert van Alphen uit Den Haag vindt dat je elkaar echt nodig hebt om de groeiende eenzaamheid en uitsluiting tegen te gaan. Samenwerking tussen instanties, straatpastoraat en inloophuizen staat voor hem voorop. Wethouder Bert van Alphen kent Den Haag als zijn broekzak, en dan óók de bruggen en steegjes waar steeds meer dak- en thuislozen te vinden zijn. Hij gaat regelmatig op pad voor gesprekjes, op straat, maar ook in de inloophuizen. “Ieder mens heeft een uniek verhaal”. Zoals die oude vriend Rob, die door de stad zwerft en Bert in zijn nieuwe rol als wethouder niet meer wilde ontmoeten. Want Rob is boos op de gemeente. Bert moest maar naar het inloophuis komen, als hij hem wilde zien. En dat deed de wethouder. Bert van Alphen zit al lange tijd in de groen-linkse politiek, en was al meerdere keren wethouder. Als oud-onderwijzer in de Schilderswijk zijn armoede en kwetsbaarheid voor hem geen theorie. In zijn ogen is het vooral een overheidstaak om mensen te steunen, en uitsluiting te voorkomen. Al in zijn eerdere periode als beleidsmaker

steunde hij bijzondere voorzieningen, zoals het in de stad omstreden Woodstock-project, een pand voor oudere drugsverslaafden. Nu is hij grote voorstaander van de aanpak van Kompassie, een laagdrempelig informatieplek waar mensen zonder afspraak voor concrete hulp terecht kunnen. “Maar”, erkent Van Alphen, “mensen moeten dan wel ook zelf die hulp vragen. Het moet van twee kanten komen.” Op dat terrein ziet hij een belangrijke rol voor de Haagse straatpastores, het Aandachtscentrum en STEK: ze zijn de schakel naar onbereikbare groepen in de stad. Deze vindplaatsen van kwetsbare mensen zijn volgens Van Alphen essentieel, en daarvoor trekt de gemeente ook financiering uit. Je moet ergens binnen kunnen lopen zonder meteen je verhaal te hoeven vertellen. Alle voorzieningen, die maar helpen om in contact te blijven, en kwetsbare mensen het vertrouwen in de overheid terug te geven, moeten blijven en elkaar aanvullen, zegt de wethouder. Samenwerken staat voorop. Zo werkt de gemeentelijke ombudsman samen met Kompassie, en is er regelmatig overleg met de straatpastores. En Van Alphen probeert

zo vaak mogelijk zelf ook direct aanspreekbaar te zijn, op de plekken waar veel dak- en thuislozen komen zoals het stadsklooster. Of een instelling vanuit religieuze motieven werkt of niet, is voor hem niet belangrijk. Als mensen maar geholpen worden. Want net als de betrokken werkers op straat weet ook hij dat het aantal verwarde en eenzame mensen op straat groeit, vooral als gevolg van de exmuralisering in de geestelijke gezondheidszorg. Volgens hem is de Haagse politiek zich daar erg bewust van. “In dit nieuwe College hebben we met z’n allen afgesproken om veel werk van armoede en eenzaamheid te maken. Het was een groot issue bij de coalitieonderhandelingen. En het zijn niet alleen goede intenties, er is ook extra geld vrijgemaakt.” Van Alphen is optimistischer dan veel werkers op straat. Volgens hem groeit in de stad juist de betrokkenheid bij eenzaamheid en uitsluiting. “We hebben zojuist een nieuwe locatie voor de opvang van dak- en thuislozen bekend gemaakt, in de chique Vogelwijk hier in Den Haag. Het overleg met de buurt ging erg goed, en er was veel begrip dat er ook in hun wijk ruimte moet

komen voor kwetsbare mensen. Dat vind ik een positief signaal. “En ook onder zijn eigen ambtenaren is verandering gaande”, aldus Van Alphen. “Ik krijg hier binnen de gemeente steeds meer aanmeldingen van ambtenaren, die méér willen doen juist voor deze doelgroep.” Direct contact leggen, even met elkaar optrekken, dat is voor Van Alphen de sleutel tot verandering. “Als je mensen kent, weet hoe ze leven op straat, handel je misschien ook wel anders als ambtenaar, bij het daklozenloket.” Hij vindt het een goed idee om de ontmoeting van doelgroep en ambtenaar wat structureler te maken. “Misschien kunnen we ambtenaren vragen om een dag per maand met de straatpastor of andere werkers op straat mee te lopen. Ik ga dit hier bespreken.

‘Een probleem aanpakken voordat het te groot wordt’

De Somalische Abshira besteedt wekelijks tientallen uren in de Petrakerk. Ze straalt warmte en overzicht uit. Ze kent meneer: hij komt bijna elke dag, voor koffie en een praatje. En hij heeft problemen met de deurwaarder, die erger worden sinds zijn moeder is overleden. Abshira weet zelf hoe het voelt als ineens de hoge rekening van het energiebedrijf op de deurmat valt. Ook zij heeft haar huurhuis ooit eens een winter lang erg lekker warm gestookt, omdat haar moeder ziek was.”

Lees meer…
Abshira Elmi, Petrakerk, Vrijwilliger
Voor de ingang van de Petrakerk in Rotterdam drentelt een blonde, lange man; hij is zo rond de 60. Over een uur begint het spreekuur, en ‘hij wil toch echt niet te laat komen’. Ooit, lang geleden, was hij voorman op Schiphol en zijn jongens moesten ook altijd op tijd komen. Hij vertelt het wel tien keer. Abshira Elmi, vrijwilligster aan de deur van de kerk, geeft hem alvast een nummer: één – een blokje uit de Scabblekist. Dan gaat hij weer rustig zitten.
‘Je moet een probleem aanpakken voordat het te groot wordt. In Nederland moet je gewoon verzekering betalen, en energie en voedsel en een dak boven je hoofd. Dat leg ik mensen keer op keer uit. Internet, dat is als je krap zit niet nodig. Je kunt ook naar de bibliotheek.’
Na een uur druppelen meer mensen binnen, die allemaal eerst koffie en een welkom van haar krijgen. Ze loopt ook even naar een groep vrouwen,

van In De Loop (een huiskamer aan de achterkant van de Petrakerk) net klaar met de zelfgemaakte couscous-salade. Ook zij hebben brieven bij zich, die ze straks bij het sociaal-juridisch spreekuur willen bespreken. Het spreekuur wordt gedraaid door vrijwilligers die dan voor de bezoekers naar de gemeente of advocaten bellen. De pastor is ook beschikbaar voor hulp en aandacht.
Abshira is een belangrijke vertrouwenspersoon in de multiculturele wijk Lombardijen.
‘Weet je, veel landgenoten integreren niet. Veel Syriërs bijvoorbeeld denken dat ze toch gauw naar huis gaan, maar in de praktijk is dat niet zo. En dan komen de problemen.’De Somalische kent bijna iedereen en ze woont zelf met haar dochter in de wijk.’Ik was alleen en wilde sociaal contact.

Nou, dat is hier wel gelukt; nu hebben heel veel mensen mijn telefoonnummer. En kan ik helpen. Als je iets wilt, moet je zelf in beweging komen, heb ik geleerd. Ik wil altijd verder komen, en heb net mijn certificaat als vertrouwenspersoon gehaald.

Dan kan ik mensen nog beter begeleiden. En ja, ik blijf als vrijwilligster werken, want soms ben ik een beetje ziek. Maar ik wil ook iets terugdoen.’
Vlakbij de Petrakerk ligt een buurthuis. De Petrakerk werkt samen waar dat kan. ‘Het wordt hier bij ons altijd druk in crisistijd. Dan wordt er meer bezuinigd op sociaal werk en dat merk je meteen. Dan weten mensen niet meer waar ze naartoe moeten gaan.’

Abshira is tientallen uren per week in de weer. ‘Weet je, ik mis het gewoon als ik hier niet ben.Thuis is ook maar alleen. En ik vind het fijn om mensen te helpen, dat zat altijd al in mij. Mijn dochter komt ook af en toe een klusje doen, dat moet van mij. Maar ik kan de problemen van anderen ook goed loslaten als ik thuis ben. Ik weet dat de problemen groter zijn dan ik en dat geeft rust!’