inloophuizen

buurtpastoraat

straatpastoraat

Welkom

menu x
menu x

inloophuizen

n

buurtpastoraat

n

straatpastoraat

n

Welkom

Welkom

100 inloophuizen, buurtpastoraat en straatpastoraat door heel Nederland staan open voor ieder die een gesprek wil, een vraag heeft, eenzaam is of juist iets wil doen met anderen. Vrijwilligers, medewerkers, bezoekers en deelnemers respecteren elkaar en trekken samen op. Op deze website vindt u alle organisaties, ervaringen en informatie.

Zoek je een plek waar je rustig kunt zitten en waar je mag zijn die je bent?

Zoek je een plek waar je rustig kunt zitten? Een plek waar je mag zijn die je bent? Waar je anderen ontmoet en het gezellig is? Waar je met je vragen terecht kan? Lees hier wat Frederik uit Delft vindt van het inloophuis.

Lees meer over bezoekers…

Frederik
Jessehof Delft

‘Thuisloos, dat is echt iets anders dan dakloos’

‘Ik werkte als vertaler toen ik een hersenbloeding kreeg. Dat was in 1987. Toen ik uit coma kwam, herkende ik niemand meer. Ik moest alles opnieuw leren. En rusten, heel veel rusten.’ Aan het woord is Frederik Vegter, bezoeker bij de Jessehof in Delft. Vanachter zijn bril kijkt hij me vriendelijk aan. Hij vertelt verder met een rustige stem, soms aarzelend. ‘Ik verloor mijn baan en raakte in een depressie. Zo kwam ik in Delft terecht, 20 jaar geleden.’

Lees meer...

Wil je vrijwilliger worden en bijzondere mensen ontmoeten?

Wil je vrijwilliger worden en bijzondere mensen ontmoeten? Je horizon verbreden en je CV aanvullen? Dat kan. Word vrijwilliger bij het inloophuis, buurtpastoraat of straatpastoraat bij je in de buurt en zet je kwaliteiten in.

Lees meer over vrijwilligers…

Abshira Elmi
Petrakerk Rotterdam

‘Een probleem aanpakken voordat het te groot wordt’

De Somalische Abshira besteedt wekelijks tientallen uren in de Petrakerk. Ze straalt warmte en overzicht uit. Ze kent meneer: hij komt bijna elke dag, voor koffie en een praatje. En hij heeft problemen met de deurwaarder, die erger worden sinds zijn moeder is overleden. Abshira weet zelf hoe het voelt als ineens de hoge rekening van het energiebedrijf op de deurmat valt. Ook zij heeft haar huurhuis ooit eens een winter lang erg lekker warm gestookt, omdat haar moeder ziek was.”

Lees meer...

Samenwerken met een inloophuis waar uw cliënt zijn netwerk kan vergroten?

Samenwerken met een inloophuis waar uw client zijn netwerk vergroot? Contact met de straatpastor omdat u zich zorgen maakt over een jongere? Draagt het inloophuis bij aan de Wmo-doelen? Lees meer over de werkwijze.

Lees meer over professionals...

Bert van Alphen
Den Haag

‘Ieder mens heeft een uniek verhaal’

Veel kwetsbare burgers zijn boos op instanties. Omdat ze zich niet begrepen voelen of onrechtvaardig behandeld. Ze verdwijnen uit het zicht van de overheid. Als bestuurder moet je zorgen dat alle schakels in de stad voor deze vaak onbereikbare groepen samenwerken, van loket-ambtenaar tot straatpastor die op gesprek gaat onder de bruggen.

Lees meer...

Hoe pakken andere inloophuizen de fondsenwerving aan?

Hoe pakken andere inloophuizen de fondsenwerving aan? Ik zoek een voorbeeld van een beleidsplan. We willen outreachend werken. Lees verder voor antwoord op al deze vragen, of neem contact op met het secretariaat.

Lees meer over medewerker…

Paul van Mansum 
bestuurslid, De Wissel

Je moet gewoon beginnen, niet wachten totdat alles klopt“

Verzin een goed idee. En doe het dan gewoon, wacht niet totdat alles perfect klopt.” Paul van Mansum, voorzitter en vrijwilliger bij inloophuis De Wissel in Schiedam, is alles tegelijk. Denker en doener, visionair en aanpakker. En zo’n bijzondere vrijwilliger is best nodig om een klein inloophuis als De Wissel te draaien.

Lees meer...

100 inloophuizen, buurtpastoraat en straatpastoraat door heel Nederland staan open voor ieder die een gesprek wil, een vraag heeft, eenzaam is of juist iets wil doen met anderen. Vrijwilligers, medewerkers, bezoekers en deelnemers respecteren elkaar en trekken samen op. Op deze website vindt u alle organisaties, ervaringen en informatie.

100 inloophuizen, buurtpastoraat en straatpastoraat door heel Nederland staan open voor ieder die een gesprek wil, een vraag heeft, eenzaam is of juist iets wil doen met anderen. Vrijwilligers, medewerkers, bezoekers en deelnemers respecteren elkaar en trekken samen op. Op deze website vindt u alle organisaties, ervaringen en informatie.

Nieuws

Babbelbroodjes

Met het organiseren van “Babbelbroodjes” startte het Diakonaal Aandachtscentrum in mei een nieuw concept gestart. Mafalda Weerts van het CDA…
Lees meer...

Lectoraat theologie

Sake Stoppels start als lector Theologie aan de CHE (Ede). Zijn lectorale rede had als titel 'Heil zien in missionaire…
Lees meer...

Dialoogsessies met ouderen

Wil jij specialist worden in het begeleiden van dialoogsessies met ouderen? Op 26 september en 10 oktober kun je bij…
Lees meer...

Agenda

  1. Landelijke Netwerkdag

    november 4 @ 10:00 - 16:00

Vacatures

 

Algemeen coördinator Rotterdam
Seinpost Slinge, een plek voor ontmoeting en ondersteuning waar elke wijkbewoner welkom is, zoekt een algemeen coördinator voor 20-24 uur per week (14-8)
Lees meer

Quotes

“Zorgmijders zijn in werkelijkheid loketmijders. Onze bezoekers hebben al zoveel kastjes en muren gezien. Ze worden gek van weer een loket, begrijpen de regels en formulieren gewoon niet. Bij ons mogen ze binnenlopen, met alleen hun voornaam. Wij registreren niemand.”

Contact

Mariahoek 17
3511 LG Utrecht

Aanmelden Nieuwsbrief
liesbethtimmers@netwerkdak.nl

Coördinator Helma Hurkens
06 37 192 976
helmahurkens@netwerkdak.nl

Projectleider Jan van Opstal
06 24 951 353
janvanopstal@live.nl

Medewerker secretariaat
Liesbeth Timmers
liesbethtimmers@netwerkdak.nl

Zoek je een plek waar je rustig kunt zitten? Een plek waar je mag zijn die je bent? Waar je anderen ontmoet en het gezellig is? Waar je met je vragen terecht kan? Lees hier wat Frederik uit Delft vindt van het inloophuis.

Lees meer over bezoekers…

Frederik
Jessehof Delft

‘Thuisloos, dat is echt iets anders dan dakloos’

‘Ik werkte als vertaler toen ik een hersenbloeding kreeg. Dat was in 1987. Toen ik uit coma kwam, herkende ik niemand meer. Ik moest alles opnieuw leren. En rusten, heel veel rusten.’ Aan het woord is Frederik Vegter, bezoeker bij de Jessehof in Delft. Vanachter zijn bril kijkt hij me vriendelijk aan. Hij vertelt verder met een rustige stem, soms aarzelend. ‘Ik verloor mijn baan en raakte in een depressie. Zo kwam ik in Delft terecht, 20 jaar geleden.’

Lees meer...

Wil je vrijwilliger worden en bijzondere mensen ontmoeten? Je horizon verbreden en je CV aanvullen? Dat kan. Word vrijwilliger bij het inloophuis, buurtpastoraat of straatpastoraat bij je in de buurt en zet je kwaliteiten in.

Lees meer over vrijwilligers…

Abshira Elmi
Petrakerk Rotterdam

‘Een probleem aanpakken voordat het te groot wordt’

De Somalische Abshira besteedt wekelijks tientallen uren in de Petrakerk. Ze straalt warmte en overzicht uit. Ze kent meneer: hij komt bijna elke dag, voor koffie en een praatje. En hij heeft problemen met de deurwaarder, die erger worden sinds zijn moeder is overleden. Abshira weet zelf hoe het voelt als ineens de hoge rekening van het energiebedrijf op de deurmat valt. Ook zij heeft haar huurhuis ooit eens een winter lang erg lekker warm gestookt, omdat haar moeder ziek was.”

Lees meer...

Samenwerken met een inloophuis waar uw client zijn netwerk vergroot? Contact met de straatpastor omdat u zich zorgen maakt over een jongere? Draagt het inloophuis bij aan de Wmo-doelen? Lees meer over de werkwijze.

Lees meer over professionals...

Bert van Alphen
Den Haag

‘Ieder mens heeft een uniek verhaal’

Veel kwetsbare burgers zijn boos op instanties. Omdat ze zich niet begrepen voelen of onrechtvaardig behandeld. Ze verdwijnen uit het zicht van de overheid. Als bestuurder moet je zorgen dat alle schakels in de stad voor deze vaak onbereikbare groepen samenwerken, van loket-ambtenaar tot straatpastor die op gesprek gaat onder de bruggen.

Lees meer...

Hoe pakken andere inloophuizen de fondsenwerving aan? Ik zoek een voorbeeld van een beleidsplan. We willen outreachend werken. Lees verder voor antwoord op al deze vragen, of neem contact op met het secretariaat.

Lees meer over medewerker…

Paul van Mansum 
bestuurslid, De Wissel

Je moet gewoon beginnen, niet wachten totdat alles klopt“

Verzin een goed idee. En doe het dan gewoon, wacht niet totdat alles perfect klopt.” Paul van Mansum, voorzitter en vrijwilliger bij inloophuis De Wissel in Schiedam, is alles tegelijk. Denker en doener, visionair en aanpakker. En zo’n bijzondere vrijwilliger is best nodig om een klein inloophuis als De Wissel te draaien.

Lees meer...

Zoek je een plek waar je rustig kunt zitten? Een plek waar je mag zijn die je bent? Waar je anderen ontmoet en het gezellig is? Waar je met je vragen terecht kan? Lees hier wat Frederik uit Delft vindt van het inloophuis.

Lees meer over bezoekers…

Frederik
Jessehof Delft

‘Thuisloos, dat is echt iets anders dan dakloos’

‘Ik werkte als vertaler toen ik een hersenbloeding kreeg. Dat was in 1987. Toen ik uit coma kwam, herkende ik niemand meer. Ik moest alles opnieuw leren. En rusten, heel veel rusten.’ Aan het woord is Frederik Vegter, bezoeker bij de Jessehof in Delft. Vanachter zijn bril kijkt hij me vriendelijk aan. Hij vertelt verder met een rustige stem, soms aarzelend. ‘Ik verloor mijn baan en raakte in een depressie. Zo kwam ik in Delft terecht, 20 jaar geleden.’

Lees meer...

Samenwerken met een inloophuis waar uw client zijn netwerk vergroot? Contact met de straatpastor omdat u zich zorgen maakt over een jongere? Draagt het inloophuis bij aan de Wmo-doelen? Lees meer over de werkwijze.

Lees meer over professionals...

Bert van Alphen
Den Haag

‘Ieder mens heeft een uniek verhaal’

Veel kwetsbare burgers zijn boos op instanties. Omdat ze zich niet begrepen voelen of onrechtvaardig behandeld. Ze verdwijnen uit het zicht van de overheid. Als bestuurder moet je zorgen dat alle schakels in de stad voor deze vaak onbereikbare groepen samenwerken, van loket-ambtenaar tot straatpastor die op gesprek gaat onder de bruggen.

Lees meer...

Wil je vrijwilliger worden en bijzondere mensen ontmoeten? Je horizon verbreden en je CV aanvullen? Dat kan. Word vrijwilliger bij het inloophuis, buurtpastoraat of straatpastoraat bij je in de buurt en zet je kwaliteiten in.

Lees meer over vrijwilligers…

Abshira Elmi
Petrakerk Rotterdam

‘Een probleem aanpakken voordat het te groot wordt’

De Somalische Abshira besteedt wekelijks tientallen uren in de Petrakerk. Ze straalt warmte en overzicht uit. Ze kent meneer: hij komt bijna elke dag, voor koffie en een praatje. En hij heeft problemen met de deurwaarder, die erger worden sinds zijn moeder is overleden. Abshira weet zelf hoe het voelt als ineens de hoge rekening van het energiebedrijf op de deurmat valt. Ook zij heeft haar huurhuis ooit eens een winter lang erg lekker warm gestookt, omdat haar moeder ziek was.”

Lees meer...

Hoe pakken andere inloophuizen de fondsenwerving aan? Ik zoek een voorbeeld van een beleidsplan. We willen outreachend werken. Lees verder voor antwoord op al deze vragen, of neem contact op met het secretariaat.

Lees meer over medewerker…

Paul van Mansum 
bestuurslid, De Wissel

Je moet gewoon beginnen, niet wachten totdat alles klopt“

Verzin een goed idee. En doe het dan gewoon, wacht niet totdat alles perfect klopt.” Paul van Mansum, voorzitter en vrijwilliger bij inloophuis De Wissel in Schiedam, is alles tegelijk. Denker en doener, visionair en aanpakker. En zo’n bijzondere vrijwilliger is best nodig om een klein inloophuis als De Wissel te draaien.

Lees meer...



‘Thuisloos, dat is echt iets anders dan dakloos …’

‘Ik werkte als vertaler toen ik een hersenbloeding kreeg. Dat was in 1987. Toen ik uit coma kwam, herkende ik niemand meer. Ik moest alles opnieuw leren. En rusten, heel veel rusten.’ Aan het woord is Frederik Vegter, bezoeker bij de Jessehof in Delft. Vanachter zijn bril kijkt hij me vriendelijk aan. Hij vertelt verder met een rustige stem, soms aarzelend. ‘Ik verloor mijn baan en raakte in een depressie. Zo kwam ik in Delft terecht, 20 jaar geleden.’

Frederik, Jessehof
Delft

De Jessehof is een inloophuis in hartje Delft, met uitzicht op de Grote Kerk. De ruimte was oorspronkelijk bedoeld als ontmoetingsruimte voor de appartementen er boven. Nog steeds komen er mensen van boven, maar de bezoekers vormen inmiddels een gemêleerd gezelschap. Vrijwilligers begroeten iedereen die binnenkomst en voorzien de gasten van koffie met appeltaart, een gift van de voedselbank. In een hoekje staat een koeling met pakken vanillevla en gesneden groente. ‘Twee pakken per keer’ staat op een bordje. ‘Dat krijgen we van de voedselbank. Je mag twee dingen tegelijk meenemen maar niet iedereen houdt zich daar aan. Ja, als je een paar kinderen hebt, dan is het ook hard nodig.’
‘Toen ik bij de rechtbank zat voor de bewindvoering, was mijn halfzus er plotseling bij. Ik herkende haar eerst niet eens.. Even later zag ik ze wegrijden in een dikke auto. Sindsdien heb ik haar nooit meer gezien. Mijn vader overleed toen ik vijf jaar was.. Ik ging naar het Aloysius College in Den Haag, een school met een goede sfeer. Daarna Duits en Frans studeren. Thuis veranderde de sfeer door de komst van mijn stiefvader. Ik heb nu helemaal geen contact meer met familie.

Ik weet eerlijk gezegd niet eens of mijn moeder nog leeft. Ze zou nu 84 zijn.’

‘Ik las in de krant over de Jessehof. Toen bestonden ze net, het was hier helemaal niet zo druk. Ik kom hier bijna altijd. Als je thuis blijft zitten, dan leer je niemand kennen. Hier is het gezellig, ik ken de meeste mensen hier. Het is 6 dagen per week open. Op woensdag zijn ze dicht. Gisteren had ik hoofdpijn. Toen ik opstond heb ik een kop koffie gezet en heb naar films gekeken. Horrorfilms, dat is mijn hobby. Dan bellen er vaak kennissen. Vanmorgen vroeg belde al een van mijn kennissen. Zij komt niet hier, want ze kan niet meer zo goed lopen en dan ga ik meestal naar haar toe.’

‘De koningin is hier ook geweest. Ik heb met haar gepraat. Haar vader was net overleden en ik heb ze natuurlijk eerst sterkte gewenst. Ze heeft met bijna alle bezoekers gepraat. De meesten zijn thuisloos, net als ik. Dat is iets anders dan dakloos. Als thuisloze heb je geen familie en geen kennissen en overdag niet veel omhanden. We hebben wel ergens een opvangplekje.’ Ondertussen schuiven andere bezoekers aan aan tafel en schenkt

de vrijwilligster nog een keer koffie in. Er lopen mensen naar binnen en naar buiten. ‘Als er iemand binnenkomt die ik niet ken, dan geef ik een hand en zeg wie ik ben. Dat doet bijna iedereen hier, ze knopen zo een praatje aan. En anders doen de vrijwilligers het wel. Meestal komen mensen weer terug, daarom zie je hier vaak dezelfde mensen en wordt het steeds drukker. Vandaag is het marktdag en dan zijn er nog meer mensen.’

‘Anita is een moordwijf’, zegt Frederik met een brede lach. ‘Anita is de coördinator. Ze doet nu iets minder, maar je ziet haar heel veel dingen regelen. Maar ze is niet alleen hoor. De vrijwilligers … ik kan met allemaal goed opschieten. Ze offeren hun vrije tijd op. Opofferen, hmm … , dat is misschien wat veel gezegd. Ze doen het graag … het voelt als een soort warmte. Maar ja, ik kom hier ook altijd met dezelfde instelling, ik kom voor de gezelligheid, ik babbel met iedereen die hier de tijd komt doorbrengen. Als je normaal doet heb je van niemand last.’
‘Zelf meehelpen hier, dat zou te zwaar zijn voor mij. Ik moet nog steeds veel rust hebben. Ik tril nogal, als ik met koffie moet sjouwen, dat kan echt

niet.’ Frederik wijst naar zijn buurvrouw: ‘Eén van de vrijwilligsters van vandaag, kwam hier altijd als gast. Zij vindt het leuk om vrijwilliger te zijn.’ Zij knikt. ‘Vriendelijk zijn en mensen op hun gemak stellen, dat moet een vrijwilliger wel kunnen.’


Abshira Elmi,
Vrijwilliger Petrakerk

‘Een probleem aanpakken voordat het te groot wordt’

De Somalische Abshira besteedt wekelijks tientallen uren in de Petrakerk. Ze straalt warmte en overzicht uit. Ze kent meneer: hij komt bijna elke dag, voor koffie en een praatje. En hij heeft problemen met de deurwaarder, die erger worden sinds zijn moeder is overleden. Abshira weet zelf hoe het voelt als ineens de hoge rekening van het energiebedrijf op de deurmat valt. Ook zij heeft haar huurhuis ooit eens een winter lang erg lekker warm gestookt, omdat haar moeder ziek was.” …


Abshira Elmi,
Petrakerk Rotterdam
Vrijwilliger

Voor de ingang van de Petrakerk in Rotterdam drentelt een blonde, lange man; hij is zo rond de 60. Over een uur begint het spreekuur, en ‘hij wil toch echt niet te laat komen’. Ooit, lang geleden, was hij voorman op Schiphol en zijn jongens moesten ook altijd op tijd komen. Hij vertelt het wel tien keer. Abshira Elmi, vrijwilligster aan de deur van de kerk, geeft hem alvast een nummer: één – een blokje uit de Scabblekist. Dan gaat hij weer rustig zitten.
‘Je moet een probleem aanpakken voordat het te groot wordt. In Nederland moet je gewoon verzekering betalen, en energie en voedsel en een dak boven je hoofd. Dat leg ik mensen keer op keer uit. Internet, dat is als je krap zit niet nodig. Je kunt ook naar de bibliotheek.’
Na een uur druppelen meer mensen binnen, die allemaal eerst koffie en een welkom van haar krijgen. Ze loopt ook even naar een groep vrouwen,

van In De Loop (een huiskamer aan de achterkant van de Petrakerk) net klaar met de zelfgemaakte couscous-salade. Ook zij hebben brieven bij zich, die ze straks bij het sociaal-juridisch spreekuur willen bespreken. Het spreekuur wordt gedraaid door vrijwilligers die dan voor de bezoekers naar de gemeente of advocaten bellen. De pastor is ook beschikbaar voor hulp en aandacht.
Abshira is een belangrijke vertrouwenspersoon in de multiculturele wijk Lombardijen.
‘Weet je, veel landgenoten integreren niet. Veel Syriërs bijvoorbeeld denken dat ze toch gauw naar huis gaan, maar in de praktijk is dat niet zo. En dan komen de problemen.’De Somalische kent bijna iedereen en ze woont zelf met haar dochter in de wijk.’Ik was alleen en wilde sociaal contact.

Nou, dat is hier wel gelukt; nu hebben heel veel mensen mijn telefoonnummer. En kan ik helpen. Als je iets wilt, moet je zelf in beweging komen, heb ik geleerd. Ik wil altijd verder komen, en heb net mijn certificaat als vertrouwenspersoon gehaald.

Dan kan ik mensen nog beter begeleiden. En ja, ik blijf als vrijwilligster werken, want soms ben ik een beetje ziek. Maar ik wil ook iets terugdoen.’
Vlakbij de Petrakerk ligt een buurthuis. De Petrakerk werkt samen waar dat kan. ‘Het wordt hier bij ons altijd druk in crisistijd. Dan wordt er meer bezuinigd op sociaal werk en dat merk je meteen. Dan weten mensen niet meer waar ze naartoe moeten gaan.’

Abshira is tientallen uren per week in de weer. ‘Weet je, ik mis het gewoon als ik hier niet ben.Thuis is ook maar alleen. En ik vind het fijn om mensen te helpen, dat zat altijd al in mij. Mijn dochter komt ook af en toe een klusje doen, dat moet van mij. Maar ik kan de problemen van anderen ook goed loslaten als ik thuis ben. Ik weet dat de problemen groter zijn dan ik en dat geeft rust!’ 

‘Ieder mens heeft een uniek verhaal’

Veel kwetsbare burgers zijn boos op instanties. Omdat ze zich niet begrepen voelen of onrechtvaardig behandeld. Ze verdwijnen uit het zicht van de overheid. Als bestuurder moet je zorgen dat alle schakels in de stad voor deze vaak onbereikbare groepen samenwerken, van loket-ambtenaar tot straatpastor die op gesprek gaat onder de bruggen.


Bert Van Alphen,
Professional



Wethouder (sociale zaken, armoedebestrijding en maatschappelijke opvang) Bert van Alphen uit Den Haag vindt dat je elkaar echt nodig hebt om de groeiende eenzaamheid en uitsluiting tegen te gaan. Samenwerking tussen instanties, straatpastoraat en inloophuizen staat voor hem voorop. Wethouder Bert van Alphen kent Den Haag als zijn broekzak, en dan óók de bruggen en steegjes waar steeds meer dak- en thuislozen te vinden zijn. Hij gaat regelmatig op pad voor gesprekjes, op straat, maar ook in de inloophuizen. “Ieder mens heeft een uniek verhaal”. Zoals die oude vriend Rob, die door de stad zwerft en Bert in zijn nieuwe rol als wethouder niet meer wilde ontmoeten. Want Rob is boos op de gemeente. Bert moest maar naar het inloophuis komen, als hij hem wilde zien. En dat deed de wethouder. Bert van Alphen zit al lange tijd in de groen-linkse politiek, en was al meerdere keren wethouder. Als oud-onderwijzer in de Schilderswijk zijn armoede en kwetsbaarheid voor hem geen theorie. In zijn ogen is het vooral een overheidstaak om mensen te steunen, en uitsluiting te voorkomen. Al in zijn eerdere periode als beleidsmaker

steunde hij bijzondere voorzieningen, zoals het in de stad omstreden Woodstock-project, een pand voor oudere drugsverslaafden. Nu is hij grote voorstaander van de aanpak van Kompassie, een laagdrempelig informatieplek waar mensen zonder afspraak voor concrete hulp terecht kunnen. “Maar”, erkent Van Alphen, “mensen moeten dan wel ook zelf die hulp vragen. Het moet van twee kanten komen.” Op dat terrein ziet hij een belangrijke rol voor de Haagse straatpastores, het Aandachtscentrum en STEK: ze zijn de schakel naar onbereikbare groepen in de stad. Deze vindplaatsen van kwetsbare mensen zijn volgens Van Alphen essentieel, en daarvoor trekt de gemeente ook financiering uit. Je moet ergens binnen kunnen lopen zonder meteen je verhaal te hoeven vertellen. Alle voorzieningen, die maar helpen om in contact te blijven, en kwetsbare mensen het vertrouwen in de overheid terug te geven, moeten blijven en elkaar aanvullen, zegt de wethouder. Samenwerken staat voorop. Zo werkt de gemeentelijke ombudsman samen met Kompassie, en is er regelmatig overleg met de straatpastores. En Van Alphen probeert

zo vaak mogelijk zelf ook direct aanspreekbaar te zijn, op de plekken waar veel dak- en thuislozen komen zoals het stadsklooster. Of een instelling vanuit religieuze motieven werkt of niet, is voor hem niet belangrijk. Als mensen maar geholpen worden. Want net als de betrokken werkers op straat weet ook hij dat het aantal verwarde en eenzame mensen op straat groeit, vooral als gevolg van de exmuralisering in de geestelijke gezondheidszorg. Volgens hem is de Haagse politiek zich daar erg bewust van. “In dit nieuwe College hebben we met z’n allen afgesproken om veel werk van armoede en eenzaamheid te maken. Het was een groot issue bij de coalitieonderhandelingen. En het zijn niet alleen goede intenties, er is ook extra geld vrijgemaakt.” Van Alphen is optimistischer dan veel werkers op straat. Volgens hem groeit in de stad juist de betrokkenheid bij eenzaamheid en uitsluiting. “We hebben zojuist een nieuwe locatie voor de opvang van dak- en thuislozen bekend gemaakt, in de chique Vogelwijk hier in Den Haag. Het overleg met de buurt ging erg goed, en er was veel begrip dat er ook in hun wijk ruimte moet

komen voor kwetsbare mensen. Dat vind ik een positief signaal. “En ook onder zijn eigen ambtenaren is verandering gaande”, aldus Van Alphen. “Ik krijg hier binnen de gemeente steeds meer aanmeldingen van ambtenaren, die méér willen doen juist voor deze doelgroep.” Direct contact leggen, even met elkaar optrekken, dat is voor Van Alphen de sleutel tot verandering. “Als je mensen kent, weet hoe ze leven op straat, handel je misschien ook wel anders als ambtenaar, bij het daklozenloket.” Hij vindt het een goed idee om de ontmoeting van doelgroep en ambtenaar wat structureler te maken. “Misschien kunnen we ambtenaren vragen om een dag per maand met de straatpastor of andere werkers op straat mee te lopen. Ik ga dit hier bespreken.

 


Paul van Mansum
bestuurslid, De Wissel

‘Je moet gewoon beginnen, niet wachten totdat alles klopt’

“Verzin een goed idee. En doe het dan gewoon, wacht niet totdat alles perfect klopt.” Paul van Mansum, voorzitter en vrijwilliger bij inloophuis De Wissel in Schiedam, is alles tegelijk. Denker en doener, visionair en aanpakker. En zo’n bijzondere vrijwilliger is best nodig om een klein inloophuis als De Wissel draaiend te houden. …

Paul van Mansum
bestuurslid, De Wissel

De huiskamer in het oude centrum oogt een beetje als winkeltje: de verkoop van curiosa helpt het budget op te krikken, dat door de kerken beschikbaar is gesteld. Maar ze verzamelen er ook cartridges en bereiden avonden voor met films die je raken en waar je over kunt praten – tegen een kleine bijdrage. Hopelijk komen er dan ook anderen op af. En zo zijn er nog tientallen plannen. “Stilzitten is niet mijn ding”, vertelt Paul. “We moeten bruggen bouwen in de samenleving, met z’n allen. Het kan toch niet zo doorgaan, dat een groep mensen hier zit, en een andere groep nooit tegenkomt. We horen toch samen. Met een nieuw activiteitenaanbod hopen we ook andere doelgroepen binnen te krijgen. Het liefst zou ik Bolkestein eens binnenhalen, om ook de rijken uit te nodigen. Niet alleen voor het geld, maar we moeten gewoon de kloof dichten.” Ruimte

voor zingeving is belangrijk in de Wissel. Op de eerste maandag van de maand is er de Sirene-dienst: een moment van aandacht voor hoop en vrede, met meditatie en gebed. Ook is het gelukt om een project over levensverhalen op te zetten, een mooie methode om generaties met elkaar te verbinden. “Weet je, het enige wat we geven is echte aandacht!” De groep die het inloophuis bezoekt, is best hecht. 25 Vrijwilligers houden de Wissel vier dagen per week open, per keer zijn er zeker zo’n 20 bezoekers. Paul springt in als iemand niet kan. “Ik heb dat al.van thuis meegekregen, van mijn moeder.  We deden Kerst-Inns en organiseerden vakanties voor mensen die het niet breed hebben.” Ook in zijn werk was Paul altijd betrokken bij mensen, die moeizamer meekomen. “En toch geeft juist dit werk heel veel energie. Ik wil groeien, ook als mens. In

dit werk kan dat.” Met zijn inzet inspireert hij soms ook de vaste bezoekers om mee te helpen. Willem, die net koffie drinkt,  vertelt trots dat hij meegeholpen heeft bij de opbouw van het terrasje, dat ’s zomers soms buiten in de winkelstraat wordt gezet, zodat meer mensen kunnen zien wat De Wissel is. Anderen hebben de stilteruimte helpen verven. Bezoekers brengen elkaar aan en praten veel met elkaar. “Als bijvoorbeeld een vaste bezoeker van de vrijdag niet komt, belt die vaak even. Laatst belde een bezoekster zelfs uit het ziekenhuis. Dan sturen we een kaartje of gaan op bezoek, net als je bij familie zou doen.” De Wissel werkt samen met een ander inloophuis. Paul: “Leren van anderen is echt belangrijk. We zijn al bij verschillende inloophuizen op bezoek geweest, om ideeën op te doen.“ Verstevigen van de organisatie, dat is de grootste uitdaging

nu voor Paul. Dat geldt zowel voor zijn eigen rol, alsook voor de bezoekers. Met een nieuwe website, waarvoor hij een prijs heeft gewonnen, probeert hij nieuwe vrijwilligers te vinden, maar ook nieuwe bezoekers te bereiken. “We moeten steeds nieuwe dingen bedenken zodat mensen ons blijven vinden. Want de eenzaamheid is er. En dan is ‘gezien worden’ bij een kopje koffie vaak al genoeg om dat trieste gevoel te doorbreken.”



‘Thuisloos, dat is echt iets anders dan dakloos …’

‘Ik werkte als vertaler toen ik een hersenbloeding kreeg. Dat was in 1987. Toen ik uit coma kwam, herkende ik niemand meer. Ik moest alles opnieuw leren. En rusten, heel veel rusten.’ Aan het woord is Frederik Vegter, bezoeker bij de Jessehof in Delft. Vanachter zijn bril kijkt hij me vriendelijk aan. Hij vertelt verder met een rustige stem, soms aarzelend. ‘Ik verloor mijn baan en raakte in een depressie. Zo kwam ik in Delft terecht, 20 jaar geleden.’

Frederik, Jessehof
Delft

De Jessehof is een inloophuis in hartje Delft, met uitzicht op de Grote Kerk. De ruimte was oorspronkelijk bedoeld als ontmoetingsruimte voor de appartementen er boven. Nog steeds komen er mensen van boven, maar de bezoekers vormen inmiddels een gemêleerd gezelschap. Vrijwilligers begroeten iedereen die binnenkomst en voorzien de gasten van koffie met appeltaart, een gift van de voedselbank. In een hoekje staat een koeling met pakken vanillevla en gesneden groente. ‘Twee pakken per keer’ staat op een bordje. ‘Dat krijgen we van de voedselbank. Je mag twee dingen tegelijk meenemen maar niet iedereen houdt zich daar aan. Ja, als je een paar kinderen hebt, dan is het ook hard nodig.’
‘Toen ik bij de rechtbank zat voor de bewindvoering, was mijn halfzus er plotseling bij. Ik herkende haar eerst niet eens.. Even later zag ik ze wegrijden in een dikke auto. Sindsdien heb ik haar nooit meer gezien. Mijn vader overleed toen ik vijf jaar was.. Ik ging naar het Aloysius College in Den Haag, een school met een goede sfeer. Daarna Duits en Frans studeren. Thuis veranderde de sfeer door de komst van mijn stiefvader. Ik heb nu helemaal geen contact meer met familie.

Ik weet eerlijk gezegd niet eens of mijn moeder nog leeft. Ze zou nu 84 zijn.’

‘Ik las in de krant over de Jessehof. Toen bestonden ze net, het was hier helemaal niet zo druk. Ik kom hier bijna altijd. Als je thuis blijft zitten, dan leer je niemand kennen. Hier is het gezellig, ik ken de meeste mensen hier. Het is 6 dagen per week open. Op woensdag zijn ze dicht. Gisteren had ik hoofdpijn. Toen ik opstond heb ik een kop koffie gezet en heb naar films gekeken. Horrorfilms, dat is mijn hobby. Dan bellen er vaak kennissen. Vanmorgen vroeg belde al een van mijn kennissen. Zij komt niet hier, want ze kan niet meer zo goed lopen en dan ga ik meestal naar haar toe.’

‘De koningin is hier ook geweest. Ik heb met haar gepraat. Haar vader was net overleden en ik heb ze natuurlijk eerst sterkte gewenst. Ze heeft met bijna alle bezoekers gepraat. De meesten zijn thuisloos, net als ik. Dat is iets anders dan dakloos. Als thuisloze heb je geen familie en geen kennissen en overdag niet veel omhanden. We hebben wel ergens een opvangplekje.’ Ondertussen schuiven andere bezoekers aan aan tafel en schenkt

de vrijwilligster nog een keer koffie in. Er lopen mensen naar binnen en naar buiten. ‘Als er iemand binnenkomt die ik niet ken, dan geef ik een hand en zeg wie ik ben. Dat doet bijna iedereen hier, ze knopen zo een praatje aan. En anders doen de vrijwilligers het wel. Meestal komen mensen weer terug, daarom zie je hier vaak dezelfde mensen en wordt het steeds drukker. Vandaag is het marktdag en dan zijn er nog meer mensen.’

‘Anita is een moordwijf’, zegt Frederik met een brede lach. ‘Anita is de coördinator. Ze doet nu iets minder, maar je ziet haar heel veel dingen regelen. Maar ze is niet alleen hoor. De vrijwilligers … ik kan met allemaal goed opschieten. Ze offeren hun vrije tijd op. Opofferen, hmm … , dat is misschien wat veel gezegd. Ze doen het graag … het voelt als een soort warmte. Maar ja, ik kom hier ook altijd met dezelfde instelling, ik kom voor de gezelligheid, ik babbel met iedereen die hier de tijd komt doorbrengen. Als je normaal doet heb je van niemand last.’
‘Zelf meehelpen hier, dat zou te zwaar zijn voor mij. Ik moet nog steeds veel rust hebben. Ik tril nogal, als ik met koffie moet sjouwen, dat kan echt

niet.’ Frederik wijst naar zijn buurvrouw: ‘Eén van de vrijwilligsters van vandaag, kwam hier altijd als gast. Zij vindt het leuk om vrijwilliger te zijn.’ Zij knikt. ‘Vriendelijk zijn en mensen op hun gemak stellen, dat moet een vrijwilliger wel kunnen.’


Abshira Elmi,
Vrijwilliger Petrakerk

‘Een probleem aanpakken voordat het te groot wordt’

De Somalische Abshira besteedt wekelijks tientallen uren in de Petrakerk. Ze straalt warmte en overzicht uit. Ze kent meneer: hij komt bijna elke dag, voor koffie en een praatje. En hij heeft problemen met de deurwaarder, die erger worden sinds zijn moeder is overleden. Abshira weet zelf hoe het voelt als ineens de hoge rekening van het energiebedrijf op de deurmat valt. Ook zij heeft haar huurhuis ooit eens een winter lang erg lekker warm gestookt, omdat haar moeder ziek was.” …


Abshira Elmi,
Petrakerk Rotterdam
Vrijwilliger

Voor de ingang van de Petrakerk in Rotterdam drentelt een blonde, lange man; hij is zo rond de 60. Over een uur begint het spreekuur, en ‘hij wil toch echt niet te laat komen’. Ooit, lang geleden, was hij voorman op Schiphol en zijn jongens moesten ook altijd op tijd komen. Hij vertelt het wel tien keer. Abshira Elmi, vrijwilligster aan de deur van de kerk, geeft hem alvast een nummer: één – een blokje uit de Scabblekist. Dan gaat hij weer rustig zitten.
‘Je moet een probleem aanpakken voordat het te groot wordt. In Nederland moet je gewoon verzekering betalen, en energie en voedsel en een dak boven je hoofd. Dat leg ik mensen keer op keer uit. Internet, dat is als je krap zit niet nodig. Je kunt ook naar de bibliotheek.’
Na een uur druppelen meer mensen binnen, die allemaal eerst koffie en een welkom van haar krijgen. Ze loopt ook even naar een groep vrouwen,

van In De Loop (een huiskamer aan de achterkant van de Petrakerk) net klaar met de zelfgemaakte couscous-salade. Ook zij hebben brieven bij zich, die ze straks bij het sociaal-juridisch spreekuur willen bespreken. Het spreekuur wordt gedraaid door vrijwilligers die dan voor de bezoekers naar de gemeente of advocaten bellen. De pastor is ook beschikbaar voor hulp en aandacht.
Abshira is een belangrijke vertrouwenspersoon in de multiculturele wijk Lombardijen.
‘Weet je, veel landgenoten integreren niet. Veel Syriërs bijvoorbeeld denken dat ze toch gauw naar huis gaan, maar in de praktijk is dat niet zo. En dan komen de problemen.’De Somalische kent bijna iedereen en ze woont zelf met haar dochter in de wijk.’Ik was alleen en wilde sociaal contact.

Nou, dat is hier wel gelukt; nu hebben heel veel mensen mijn telefoonnummer. En kan ik helpen. Als je iets wilt, moet je zelf in beweging komen, heb ik geleerd. Ik wil altijd verder komen, en heb net mijn certificaat als vertrouwenspersoon gehaald.

Dan kan ik mensen nog beter begeleiden. En ja, ik blijf als vrijwilligster werken, want soms ben ik een beetje ziek. Maar ik wil ook iets terugdoen.’
Vlakbij de Petrakerk ligt een buurthuis. De Petrakerk werkt samen waar dat kan. ‘Het wordt hier bij ons altijd druk in crisistijd. Dan wordt er meer bezuinigd op sociaal werk en dat merk je meteen. Dan weten mensen niet meer waar ze naartoe moeten gaan.’

Abshira is tientallen uren per week in de weer. ‘Weet je, ik mis het gewoon als ik hier niet ben.Thuis is ook maar alleen. En ik vind het fijn om mensen te helpen, dat zat altijd al in mij. Mijn dochter komt ook af en toe een klusje doen, dat moet van mij. Maar ik kan de problemen van anderen ook goed loslaten als ik thuis ben. Ik weet dat de problemen groter zijn dan ik en dat geeft rust!’ 

‘Ieder mens heeft een uniek verhaal’

Veel kwetsbare burgers zijn boos op instanties. Omdat ze zich niet begrepen voelen of onrechtvaardig behandeld. Ze verdwijnen uit het zicht van de overheid. Als bestuurder moet je zorgen dat alle schakels in de stad voor deze vaak onbereikbare groepen samenwerken, van loket-ambtenaar tot straatpastor die op gesprek gaat onder de bruggen.


Bert Van Alphen,
Professional

Wethouder (sociale zaken, armoedebestrijding en maatschappelijke opvang) Bert van Alphen uit Den Haag vindt dat je elkaar echt nodig hebt om de groeiende eenzaamheid en uitsluiting tegen te gaan. Samenwerking tussen instanties, straatpastoraat en inloophuizen staat voor hem voorop. Wethouder Bert van Alphen kent Den Haag als zijn broekzak, en dan óók de bruggen en steegjes waar steeds meer dak- en thuislozen te vinden zijn. Hij gaat regelmatig op pad voor gesprekjes, op straat, maar ook in de inloophuizen. “Ieder mens heeft een uniek verhaal”. Zoals die oude vriend Rob, die door de stad zwerft en Bert in zijn nieuwe rol als wethouder niet meer wilde ontmoeten. Want Rob is boos op de gemeente. Bert moest maar naar het inloophuis komen, als hij hem wilde zien. En dat deed de wethouder. Bert van Alphen zit al lange tijd in de groen-linkse politiek, en was al meerdere keren wethouder. Als oud-onderwijzer in de Schilderswijk zijn armoede en kwetsbaarheid voor hem geen theorie. In zijn ogen is het vooral een overheidstaak om mensen te steunen, en uitsluiting te voorkomen. Al in zijn eerdere periode als beleidsmaker

steunde hij bijzondere voorzieningen, zoals het in de stad omstreden Woodstock-project, een pand voor oudere drugsverslaafden. Nu is hij grote voorstaander van de aanpak van Kompassie, een laagdrempelig informatieplek waar mensen zonder afspraak voor concrete hulp terecht kunnen. “Maar”, erkent Van Alphen, “mensen moeten dan wel ook zelf die hulp vragen. Het moet van twee kanten komen.” Op dat terrein ziet hij een belangrijke rol voor de Haagse straatpastores, het Aandachtscentrum en STEK: ze zijn de schakel naar onbereikbare groepen in de stad. Deze vindplaatsen van kwetsbare mensen zijn volgens Van Alphen essentieel, en daarvoor trekt de gemeente ook financiering uit. Je moet ergens binnen kunnen lopen zonder meteen je verhaal te hoeven vertellen. Alle voorzieningen, die maar helpen om in contact te blijven, en kwetsbare mensen het vertrouwen in de overheid terug te geven, moeten blijven en elkaar aanvullen, zegt de wethouder. Samenwerken staat voorop. Zo werkt de gemeentelijke ombudsman samen met Kompassie, en is er regelmatig overleg met de straatpastores. En Van Alphen probeert

zo vaak mogelijk zelf ook direct aanspreekbaar te zijn, op de plekken waar veel dak- en thuislozen komen zoals het stadsklooster. Of een instelling vanuit religieuze motieven werkt of niet, is voor hem niet belangrijk. Als mensen maar geholpen worden. Want net als de betrokken werkers op straat weet ook hij dat het aantal verwarde en eenzame mensen op straat groeit, vooral als gevolg van de exmuralisering in de geestelijke gezondheidszorg. Volgens hem is de Haagse politiek zich daar erg bewust van. “In dit nieuwe College hebben we met z’n allen afgesproken om veel werk van armoede en eenzaamheid te maken. Het was een groot issue bij de coalitieonderhandelingen. En het zijn niet alleen goede intenties, er is ook extra geld vrijgemaakt.” Van Alphen is optimistischer dan veel werkers op straat. Volgens hem groeit in de stad juist de betrokkenheid bij eenzaamheid en uitsluiting. “We hebben zojuist een nieuwe locatie voor de opvang van dak- en thuislozen bekend gemaakt, in de chique Vogelwijk hier in Den Haag. Het overleg met de buurt ging erg goed, en er was veel begrip dat er ook in hun wijk ruimte moet

komen voor kwetsbare mensen. Dat vind ik een positief signaal. “En ook onder zijn eigen ambtenaren is verandering gaande”, aldus Van Alphen. “Ik krijg hier binnen de gemeente steeds meer aanmeldingen van ambtenaren, die méér willen doen juist voor deze doelgroep.” Direct contact leggen, even met elkaar optrekken, dat is voor Van Alphen de sleutel tot verandering. “Als je mensen kent, weet hoe ze leven op straat, handel je misschien ook wel anders als ambtenaar, bij het daklozenloket.” Hij vindt het een goed idee om de ontmoeting van doelgroep en ambtenaar wat structureler te maken. “Misschien kunnen we ambtenaren vragen om een dag per maand met de straatpastor of andere werkers op straat mee te lopen. Ik ga dit hier bespreken.

 


Paul van Mansum
bestuurslid, De Wissel

‘Je moet gewoon beginnen, niet wachten totdat alles klopt’

“Verzin een goed idee. En doe het dan gewoon, wacht niet totdat alles perfect klopt.” Paul van Mansum, voorzitter en vrijwilliger bij inloophuis De Wissel in Schiedam, is alles tegelijk. Denker en doener, visionair en aanpakker. En zo’n bijzondere vrijwilliger is best nodig om een klein inloophuis als De Wissel draaiend te houden. …

Paul van Mansum
bestuurslid, De Wissel

De huiskamer in het oude centrum oogt een beetje als winkeltje: de verkoop van curiosa helpt het budget op te krikken, dat door de kerken beschikbaar is gesteld. Maar ze verzamelen er ook cartridges en bereiden avonden voor met films die je raken en waar je over kunt praten – tegen een kleine bijdrage. Hopelijk komen er dan ook anderen op af. En zo zijn er nog tientallen plannen. “Stilzitten is niet mijn ding”, vertelt Paul. “We moeten bruggen bouwen in de samenleving, met z’n allen. Het kan toch niet zo doorgaan, dat een groep mensen hier zit, en een andere groep nooit tegenkomt. We horen toch samen. Met een nieuw activiteitenaanbod hopen we ook andere doelgroepen binnen te krijgen. Het liefst zou ik Bolkestein eens binnenhalen, om ook de rijken uit te nodigen. Niet alleen voor het geld, maar we moeten gewoon de kloof dichten.” Ruimte

voor zingeving is belangrijk in de Wissel. Op de eerste maandag van de maand is er de Sirene-dienst: een moment van aandacht voor hoop en vrede, met meditatie en gebed. Ook is het gelukt om een project over levensverhalen op te zetten, een mooie methode om generaties met elkaar te verbinden. “Weet je, het enige wat we geven is echte aandacht!” De groep die het inloophuis bezoekt, is best hecht. 25 Vrijwilligers houden de Wissel vier dagen per week open, per keer zijn er zeker zo’n 20 bezoekers. Paul springt in als iemand niet kan. “Ik heb dat al.van thuis meegekregen, van mijn moeder.  We deden Kerst-Inns en organiseerden vakanties voor mensen die het niet breed hebben.” Ook in zijn werk was Paul altijd betrokken bij mensen, die moeizamer meekomen. “En toch geeft juist dit werk heel veel energie. Ik wil groeien, ook als mens. In

dit werk kan dat.” Met zijn inzet inspireert hij soms ook de vaste bezoekers om mee te helpen. Willem, die net koffie drinkt,  vertelt trots dat hij meegeholpen heeft bij de opbouw van het terrasje, dat ’s zomers soms buiten in de winkelstraat wordt gezet, zodat meer mensen kunnen zien wat De Wissel is. Anderen hebben de stilteruimte helpen verven. Bezoekers brengen elkaar aan en praten veel met elkaar. “Als bijvoorbeeld een vaste bezoeker van de vrijdag niet komt, belt die vaak even. Laatst belde een bezoekster zelfs uit het ziekenhuis. Dan sturen we een kaartje of gaan op bezoek, net als je bij familie zou doen.” De Wissel werkt samen met een ander inloophuis. Paul: “Leren van anderen is echt belangrijk. We zijn al bij verschillende inloophuizen op bezoek geweest, om ideeën op te doen.“ Verstevigen van de organisatie, dat is de grootste uitdaging

nu voor Paul. Dat geldt zowel voor zijn eigen rol, alsook voor de bezoekers. Met een nieuwe website, waarvoor hij een prijs heeft gewonnen, probeert hij nieuwe vrijwilligers te vinden, maar ook nieuwe bezoekers te bereiken. “We moeten steeds nieuwe dingen bedenken zodat mensen ons blijven vinden. Want de eenzaamheid is er. En dan is ‘gezien worden’ bij een kopje koffie vaak al genoeg om dat trieste gevoel te doorbreken.”