Veiligheid begint niet bij protocollen: dagelijkse, korte momenten van reflectie verbeteren de sfeer

Veiligheid in een inloophuis begint niet bij protocollen, maar door korte, bewuste check-ins met het hele vrijwilligersteam. Dat is het belangrijkste inzicht dat René Wingelaar, voorzitter van De Herberg in Apeldoorn, meeneemt na zijn deelname aan de Leerroute Veiligheid.

 

Hij wil veiligheid stevig op de agenda gaan zetten binnen zijn organisatie. “Zolang ik voorzitter ben, roep ik al: veiligheid staat op 1. Ik vind het belangrijk dat we onszelf als vrijwilligersorganisatie realistisch en krachtig positioneren. Ook als je met vrijwilligers werkt, ben je een professionele organisatie. Je vraagt iets van mensen én je bent onderdeel van de sociale kaart. Neem veiligheid daarom mee in je beleid.”

Gerda Post, coördinator in het Aandachtscentrum Dordrecht, is hier al een aantal jaar mee bezig. Wat werkt, waar liggen nog uitdagingen? Ze merkt dat het een wisselwerking tussen allerlei verschillende nieuwe routines en gewoontes is. De leerroute Veiligheid was voor haar het startpunt. “Het houdt mij scherp om in gesprek te gaan met mede-coördinatoren uit het netwerk. Vervolgens kan ik die kennis meenemen de organisatie in. Vrijwilligers lezen geen map met protocollen. Het moet gaan over de praktijk, over concrete casussen. Daar leren we van.”

Een dagelijks momentje maakt verschil

De vrijwilligers, ‘medewerkers’, zoals Gerda hen liever noemt, beginnen en eindigen iedere dienst met een gezamenlijke bespreking. “Dat houden we heel concreet. Gisteren is dit en dit gebeurt met deze persoon, dus laten we even extra alert zijn met elkaar. Dan kunnen we reageren vanuit rust, hoeven we niet in discussie te gaan.”

Een dagelijks reflectiemoment heeft voor Gerda nog een voordeel. “Je neemt als vrijwilliger je eigen leven mee de huiskamer in. Door even een moment te nemen, richt je de focus van de vrijwilliger op de huiskamer en wat er die middag kan gaan gebeuren. Ze zijn vervolgens meer aanwezig, kunnen alerter reageren, het is niet meer hup even snel koffie zetten.”

Ook tussen vrijwilligers zelf zijn er soms spanningen. Gerda: “De één gaat graag in gesprek met bezoekers, terwijl de ander liever staat te poetsen in de keuken. Dat verschil kan botsen. Hierbij helpt het ook om te reflecteren. Dan vragen we: wat vind je dat de ander goed doet?”

Het gesprek op gang brengen

Dit is ook de eerste stap die René wil gaan maken. René: “Alle vrijwilligers trainen via een ‘klassieke’ vrijwilligerstraining is teveel gevraagd. Maar je kunt wel met elkaar in gesprek: wat hebben we met elkaar te doen, wanneer melden we iets, hoe kunnen we als vrijwilligers elkaar ondersteunen? Op die manier besteed je ook aandacht aan veiligheid, en bouw je daarnaast aan een bewustzijn in het team.”

Sociale veiligheid betekent volgens hem in de context van een relationele organisatie juist ook aandacht voor je vrijwilligersteam hebben. “Het begint bij luisteren wat er speelt, doorvragen, ervoor zorgen dat vrijwilligers elkaar en zichzelf leren kennen. Als je dat doet, ontstaan er een duurzame verandering.”

In zijn inloophuis leefde het thema tot nu toe nauwelijks. “We hebben het er veel te weinig over. En dat is precies het probleem. Daarom zijn we begonnen met twee vrijwilligerstrainingen. Daar ontdekten we: zo’n vrijwilligerstraining is interessant en nuttig, maar het is slechts een startpunt. Daarom wil ik gaan beginnen met korte, gerichte momenten met het team. Niet informeel ‘hoe was het’ aan de keukentafel, maar echt even checken: hoe zitten we erbij, hoe voelen we ons vandaag, waarin kunnen we elkaar ondersteunen?”

Regels met nuance geven rust

De afgelopen tijd heeft Gerda de huisregels bespreekbaar gemaakt. Ook dat geeft rust. Zo werd de oude regel dat bezoekers maar één keer naar binnen mochten, losgelaten. “Die regel zélf gaf onrust en discussie. Nu zijn we flexibeler, maar blijven we wel alert. Gaat iemand naar buiten om te dealen, of gewoon even een sigaret roken? Deze manier van werken vraagt om afstemming en nuance. Je hebt vrijwilligers die zeggen: ‘regel is regel’, terwijl anderen liever per bezoeker afstemmen wat mogelijk is. Veiligheid is in die discussies het uitgangspunt.”

Flexibel blijven, situaties individueel bekijken, dat helpt enorm, merkt Gerda. “Er is een bezoekster die veel onrust veroorzaakt. Natuurlijk is ze welkom, maar ik heb gemerkt dat ze het eigenlijk net zo fijn vindt als ik haar af en toe bel, of dat we één op één bijpraten wanneer ik haar tegenkom. Ze functioneert gewoon niet zo goed in een groep. Door haar af en toe met haar te bellen, geven we haar wél aandacht, maar houden we de sfeer in de groep veilig.”

Een fijne sfeer is ook veiligheid

Soms zit verbetering in onverwachte hoek. Een aantal vrouwelijke bezoekers die samen creatief bezig zijn, bleek heel goed te werken, merkte Gerda. “Dat brengt iets heel gemoedelijks, mensen schuiven vanzelf aan. Het is drukker de laatste tijd in de huiskamer drukker dan ooit, maar de sfeer is nog nooit zo goed geweest.”

Ook bekende gezichten helpen voor de sfeer: de straatpastor of een vrijwilliger die veel mensen uit de doelgroep kent. “Mensen voelen zich gezien als ze een bekende zien. Dat merk je gelijk aan de sfeer.”

Wil je ook dat sociale veiligheid een plek krijgt in alle lagen van de gemeenschap, zonder het groot en zwaar te maken? Ben je op zoek naar praktisch advies en wil je leren van de ontwikkelingen van andere inloopplekken die hier mee aan het experimenteren zijn? Meld je aan voor de Leerroute Veiligheid (eerstvolgende trainingsdata: 8, 9 en 23 april 2026). Meer informatie via naomivanberkel@netwerkdak.nl.