Op de koffie bij Inloophuis Schothorst: ‘Zonder uitloop geen inloop’
Hoe blijf je nieuwe doelgroepen bereiken? Hoe sluit je aan bij de wijk en de behoeften van bezoekers? En hoe begeleid je hierin vrijwilligers? Coördinator Ineke Opstal deelt haar grootste uitdagingen in inzichten.
Jullie bestaan al veertig jaar. Hoe heeft jullie rol zich ontwikkeld?
“We zijn begonnen in een tijd dat Schothorst een nieuwbouwwijk was. Er was nog niets, dus mensen hadden behoefte om elkaar te ontmoeten en de wijk te leren kennen. Inmiddels is dat totaal veranderd. Het is een verouderde wijk geworden en ook een van de kwetsbaardere wijken in Amersfoort. Dat zie je terug in wie hier komen. Vrijwilligers die hier al lang zijn zeggen: de mensen die hier binnenkomen, zijn mensen die je in je eigen sociale kring niet snel op de koffie zou krijgen.”
Wat maakt dat jullie dat kunnen bieden?
“Onze kleinschaligheid. We zitten in een gewoon rijtjeshuis met een woonkamer. Dat betekent dat het voelt alsof je bij iemand thuis op bezoek komt. We hebben niet veel ruimte, we kunnen bijvoorbeeld maar met een kleine groep eten, maar dat zorgt er juist voor dat contacten intensiever worden.”
Is dat jullie kracht?
“Ja, die kleinschaligheid en intensiteit. Het gaat ons niet om aantallen. Als er één iemand binnenkomt voor wie het echt verschil maakt, is dat waardevoller dan twintig mensen zonder echte verbinding. Als wij drie nieuwe mensen per jaar bereiken op een manier die er echt toe doet, dan is dat voor ons succes.”
Tegelijkertijd is het lastig om nieuwe mensen binnen te krijgen. Waar zit dat in?
“De drempel is hoog. We zien dat als iemand één keer wordt meegenomen door bijvoorbeeld een wijkteammedewerker, diegene vaak niet terugkomt zodra hij of zij losgelaten wordt. Je komt binnen in een groep waar mensen elkaar goed kennen en waar al hechte contacten zijn. Dat vraagt echt iets van iemand.”
Hoe proberen jullie die drempel te verlagen?
“We gaan het omdraaien: niet wachten tot mensen komen, maar zelf naar hen toe. We hebben een uitloopteam, dat zich richt op mensen die (tijdelijk) niet kunnen inlopen. We willen met dit uitloopteam ook bij mensen langs. Eerst gewoon kennismaken met een kop koffie, en ze daarna uitnodigen om mee te komen. Die manier van werken gaan we komend jaar verder ontwikkelen. Tegelijk willen we onszelf meer laten zien in de wijk.”
Hoe laten jullie je meer zien in de wijk?
“Eén van onze oprichters zei regelmatig: zonder uitloop heb je geen inloop. Ik begin als coördinator steeds meer de waarde van die uitspraak in te zien. Een van de doelstellingen die ik voor het komende jaar heb, is om onszelf meer te laten zien in de wijk. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld stoelen en koffie buiten gezet op een parkeerplaats tussen flats. Zonder folders, zonder de vraag om binnen te komen. Gewoon aanwezig zijn. Dat werkte verrassend goed. Mensen raken met elkaar in gesprek, kinderen spelen, er ontstonden verbindingen. Daarin merkte ik: soms hoeft het doel helemaal niet te zijn dat mensen naar binnen komen. Je kunt ook van betekenis zijn door buiten mee te doen.”
Hoe sluit je aan bij de behoeftes van bezoekers?
“Eén van de dingen die ik merk, is dat mensen hier absoluut niet komen voor activiteiten. Ik heb veel verschillende dingen geprobeerd, bijvoorbeeld een spelletjesmiddag, maar niemand komt eropaf. Wat wel werkt, ontstaat vanuit de groep zelf. Onze filmavond is daar een goed voorbeeld van. Mensen zeiden: ik ga niet alleen naar de bioscoop en ik heb er ook geen geld voor. Zo ontstond het idee om samen films te kijken.”
Hoe blijf je daarin flexibel?
“De filmavond is een vervolg op een eerdere activiteit, ‘mannenpraat’. Dat was een activiteit die altijd goed werkte. Mannen van verschillende etnische achtergronden bespraken allerlei alledaagse dingen. Dat deden ze bij een openhaard. Op een gegeven moment is de open haard ingestort en kwam er een stookverbod in Amersfoort. Toen maakten we er ‘kaarspraat’ van. Dat werkte helemaal niet. Mannen vonden het fijn om af en toe een blok hout op het vuurtje te gooien, in de vlammen te staren. Nu zaten ze elkaar aan te kijken. Daarom is het veranderd in ‘filmpraat’. We kijken samen de film en praten daarna door over de thema’s uit de film. Laatst keken we bijvoorbeeld Ventoux. Dat was een boeiende film om samen te bespreken. De omschrijving: ‘Mannen beklimmen op hun racefiets de mount Ventoux. Ze doen wat mannen zo goed doen: loodzware ernst en slap ouwehoeren moeiteloos afwisselen.’”
Jullie krijgen te maken met complexer gedrag. Hoe gaan jullie daarmee om?
‘We zien vaker onbegrepen gedrag en dat kan de sfeer beïnvloeden. Vrijwilligers begrijpen niet altijd waarom een bezoeker snel getriggerd wordt. Of ze twijfelen: neem ik iemand even apart om te vragen hoe het gaat, of blijf ik bij de groep. Ik merk dat het opleiden van vrijwilligers lastig is. De mensen die dat leuk vinden, zijn over het algemeen degene die er uit zichzelf al actief mee bezig zijn. Juist de vrijwilligers die zelf kwetsbaar zijn, komen vaak niet. Daarom wil ik de komende tijd iedereen even apart nemen. We werken in koppels, en elk koppel nodig ik uit om na een dienst samen te gaan lunchen. Dan wil ik bespreken: waar ligt je kracht, waar loop je tegenaan? Ik heb zelf de training van de Leerroute Veiligheid gevolgd, en op deze manier kan ik de handvatten die ik daar kreeg op een natuurlijke manier overdragen.”
Wat neem jij zelf vooral mee voor de toekomst?
‘Die uitspraak, ‘zonder uitloop geen inloop’, die blijft steeds in mijn hoofd. Ik hoop dat we nog meer kunnen gaan aansluiten door naar buiten te gaan. Wat gaat niet makkelijk zijn, maar een mooie uitdaging om deze nieuwe manier van werken in de praktijk te brengen. Die veranderingen vind ik ook de kracht van ons werkveld. Elk jaar zeg ik tegen mezelf: ‘ah, nu heb ik door wat werkt en niet, nu snap ik het’. En dan een paar maanden blijkt het toch helemaal anders te zijn. Dat is presentie voor mij. Blijven leren, aansluiten, meebewegen.”