Nieuw in het bestuur: Nieke Jansen – ‘Onze uitdaging is om samen een lerend netwerk te vormen’
Welke urgentie voelde je om je aan te sluiten bij het bestuur?
“Voor mij kwamen er verschillende dingen samen. Allereerst voel ik heel sterk de urgentie van dit werk. Als je kijkt naar wat er momenteel gebeurt in onze samenleving en politiek, dan is de noodzaak alleen maar groter geworden om klaar te staan voor mensen zonder dak boven hun hoofd, zonder huis of zonder papieren.
Ik heb jarenlang gewerkt op een mbo, waar ik veel mensen ontmoette die niet vanzelfsprekend de wind mee hadden. Mensen met talenten en mogelijkheden, maar ook met omstandigheden die hen enorm in de weg stonden. Dat heeft mij bewust gemaakt van hoe kwetsbaar het evenwicht in een mensenleven soms is en hoe snel iemand van die evenwichtsbalk af kan vallen.
In die periode heb ik mij ook verdiept in presentie. Een interessante vraag vond ik: hoe geef je presentie vorm in een omgeving waar je niet samen kookt of afwast, maar vaak maar een of twee uur per week met dezelfde klas doorbrengt?
Tot slot speelt mijn politieke achtergrond mee. Ik ben 19 jaar actief geweest in de gemeenteraad en was ook kort wethouder. Wat mij dreef, was opkomen voor mensen die buiten de boot vallen en voor wie systemen tekortschieten.
Die ervaringen vormen voor mij een basis om te denken: misschien weet ik nog lang niet alles van dit werkveld, maar kan ik er wel iets in bijdragen.”
Veel organisaties richten zich op directe ondersteuning van mensen. Welke rol zie jij, vanuit jouw politieke ervaring, voor belangenbehartiging?
“Ik begrijp goed dat organisaties zeggen: het gaat om presentie, aandacht en naast mensen staan. Dat is ontzettend belangrijk. Maar je doet mensen én organisaties tekort als je niet benoemt dat bepaalde problemen misschien helemaal niet zouden hoeven bestaan als systemen beter waren ingericht.
Toen ik wethouder was, onder meer verantwoordelijk voor bestaanszekerheid en armoedebeleid, merkte ik hoe belangrijk het is om rechtstreeks met mensen te spreken die gebruikmaken van regelingen. Voor beleidsmakers lijken procedures soms eenvoudig. Pas wanneer je iemand tegenover je hebt die stress ervaart, bang is fouten te maken of niet meer ziet welke stappen nodig zijn, begrijp je waarom iets niet werkt.
Daarom geloof ik sterk in belangenbehartiging. Dat is geen lobby om de meeste aandacht te krijgen, maar juist zichtbaar maken wat er in de praktijk gebeurt. Wat werkt niet? Wat kan eenvoudiger, toegankelijker en begrijpelijker?”
Hoe zet je daarin als organisatie de eerste stappen?
“Je moet bondgenoten zoeken. Het heeft weinig zin om energie te steken in mensen die geen enkele intentie hebben om jouw bondgenoot te zijn. In iedere gemeente zitten echter mensen die dat wél willen.
Ik ben ervan overtuigd dat de meeste politici de politiek ingaan omdat ze de wereld beter willen maken. We verschillen vooral van mening over wat ‘beter’ betekent. Voor de één is dat rechtvaardiger, voor de ander efficiënter, duurzamer of welvarender. Daarom mag je politici ook vragen: waarom zit je hier? Wat wil je bereiken? Dat kan de opening zijn om bondgenoten te worden.
Ik heb zelf soms ervaren dat ik vooral kritiek kreeg van mensen van wie ik dacht: we willen eigenlijk hetzelfde. Alleen werken we op verschillende plekken en in verschillende tempo’s. Politieke verandering kost nu eenmaal tijd. Maar als je weet dat je in dezelfde richting wilt, helpt dat enorm.
Een thema waar ik mij zorgen over maak, is wat er gebeurt wanneer het Europees Migratiepact volledig in werking treedt. Ik vrees dat procedures harder worden, gezinshereniging langer gaat duren en meer mensen zonder papieren in Nederland terechtkomen. Mensen die tussen wal en schip vallen.
Mijn zorg is dat we steeds meer mensen krijgen die feitelijk bestaan, maar beleidsmatig onzichtbaar worden gemaakt. En als je doet alsof die mensen er niet zijn, heb je ook geen antwoord op hun problemen.
Juist daarom is het belangrijk dat organisaties signalen blijven doorgeven aan gemeenten en landelijke politiek.”
Je leert het netwerk steeds beter kennen. Wat raakt je?
“Wat mij aanspreekt, is het idee van een lerend netwerk. Binnen dit netwerk zit enorm veel kennis en ervaring, verspreid over verschillende organisaties en werkvelden. De uitdaging is om daar niet alleen losse kennis uit te halen, maar samen een lerend netwerk te vormen.
Ik heb altijd gezegd: je hóéft geen tien te halen, maar gá wel voor je eigen tien. Dat betekent dat je nieuwsgierig blijft en blijft nadenken over hoe iets ook anders kan. Er is weinig zo verstarrend als zeggen: ‘Zo doen wij dat hier altijd.’
Juist wanneer iemand vraagt waarom je iets op een bepaalde manier doet, ontstaat ruimte om opnieuw na te denken. Leren betekent niet: ideeën van anderen overnemen. Het is bovenal: jezelf een spiegel voorhouden en onderzoeken waarom je dingen doet en denkt zoals je ze doet.”
Wat betekent dat concreet?
“Ik heb een voorbeeld uit mijn eigen leven. Mijn moeder heeft dementie en woont in een verpleeghuis. Soms zie ik zorgmedewerkers iets doen of tegen haar zeggen waarvan ik denk: dat is slim. Dan probeer ik te begrijpen waarom zij dat zo aanpakken. Daardoor leer ik zelf beter aan te sluiten bij mijn moeder.
En ook van betekenis: het verandert mijn relatie met die zorgverleners. Er ontstaat uitwisseling. Volgens mij begint leren altijd met de bereidheid om te zeggen: ‘Ik weet het niet.’ Of: ‘Dit vind ik ingewikkeld.’
Dat geldt voor individuen, maar net zo goed voor organisaties.”
Wat wil je tegen het netwerk zeggen?
“Wat mij opvalt, is het uithoudingsvermogen van veel werkers in het netwerk, hun ambitie om te blijven leren en hun betrokkenheid. Daar zit ook een uitdaging in. Een lange adem hebben is prachtig, maar het is ook belangrijk om niet buiten adem te raken.”