Je hoeft niet vast te lopen om te reflecteren. Katinka Broos: “Ik dacht altijd: ‘Laat maar, ik doe het wel’”
Katinka Broos, coördinator bij Stichting Wijkpastoraat Rotterdam West, ontdekte hoe ongemerkt zulke patronen kunnen ontstaan. Juist door er samen met anderen over te praten, ging ze haar eigen gedrag beter herkennen. “Ik dacht steeds dat het bij mij eigenlijk best meeviel. Tot ik mezelf terug hoorde in de verhalen van de anderen.”
De zin ‘Laat maar, ik doe het wel’ is één van jouw valkuilen, vertelde je net. Wanneer ontdekte je dat?
“Ik besefte het pas toen ik meedeed aan een supervisorisch traject. In eerste instantie deed ik helemaal niet mee omdat ik dacht dat ík iets te leren had. Een andere deelnemer vroeg me om mee te doen. Zij zat destijds tegen een burn-out aan en vond het belangrijk dat het traject doorging. Daarom heb ik ja gezegd.
Toch bleek het al snel heel herkenbaar. Wat ik ontdekte is dat je als coördinator tussen verschillende werelden in staat. Je bent verbonden met het bestuur, met fondsen en de organisatie, maar tegelijkertijd werk je nauw samen met collega’s en ben je betrokken bij de mensen voor wie je het doet. Ik probeerde daardoor voortdurend te bemiddelen. Ik wilde graag dicht bij de praktijk blijven, maar organisatorische zaken vroegen steeds vaker mijn aandacht. Daardoor liep ik mezelf soms voorbij. Dat gebeurde heel geleidelijk, ik had het zelf vaak niet eens door.”
Wanneer begon je dat bij jezelf te herkennen?
“Het grappige is dat ik bij verhalen van collega’s vaak meteen kon aanwijzen: dat is helemaal niet jouw verantwoordelijkheid, waarom pak je dat op? En pas later in de trein realiseerde ik me, ja eh, zelf doe ik dit eigenlijk ook.
Bij jezelf voelt zo’n patroon heel vanzelfsprekend. Je denkt: met mij gaat het eigenlijk prima. Ondertussen lever je wel steeds iets in van het werk waar je ooit voor gekozen hebt.”
Hoe doorbreek je zo’n patroon?
“Ik denk dat het begint bij helderheid over je rol. Omdat de rol van coördinator vaak helemaal niet zo duidelijk is omschreven. We hebben binnen het bestuur opnieuw besproken wat een coördinator eigenlijk doet. Ik stelde ook de vraag: zien jullie jezelf als werkgever? Want als dat zo is, horen bepaalde verantwoordelijkheden ook echt bij het bestuur.
Bestuursleden zijn vaak zelf vrijwilligers. Als iets ingewikkeld wordt, zeggen ze al snel: ‘Kun jij dat even oppakken?’ En ik dacht altijd: ach, zij zijn ook vrijwilligers, dan doe ik het wel.
Nu kan ik veel makkelijker zeggen: nee, dit is niet mijn verantwoordelijkheid.
Ik werk al lang binnen dezelfde organisatie. Dan ontstaan er vanzelf gewoontes. Nieuwe bestuursleden zien hoe dingen gaan en denken: ‘O, dat doet Katinka wel.’ Voor je het weet is dat de norm geworden. Vervolgens werd ik er zelf moe en gefrustreerd van.
Juist daarom is het belangrijk om af en toe samen stil te staan bij de vraag: hoe zien we eigenlijk de rol van de coördinator? En klopt dat nog wel? Ook naar mijn vrijwilligers en collega’s probeer ik veel helderder te zijn. Als een collega iets met het bestuur wil bespreken, zeg ik: neem dan rechtstreeks contact op met het bestuur. Vragen over declaraties of de boekhouding? Die horen bij de penningmeester.”
Wat zou je andere coördinatoren mee willen geven?
“Ik denk dat het belangrijk is om regelmatig stil te staan bij hoe je je werk doet. Niet pas als je vastloopt of tegen een burn-out aan zit. Juist als het eigenlijk goed gaat, kan het waardevol zijn om jezelf af en toe vragen te stellen: waar krijg ik energie van? Wat trekt me leeg? Wat hoort echt bij mijn rol? En welke verantwoordelijkheden draag ik misschien al zo lang dat ik niet eens meer zie dat ik ze draag?
Door met anderen te praten, kun je jezelf soms ineens terughoren in het verhaal van een ander. Het is ondersteunend om bewust te kijken: is dit nog hoe ik mijn werk wil doen? En helpt deze manier van werken mij om het werk waar ik voor gekozen heb ook vol te houden?”
We zien dat steeds meer praktijkmedewerkers in het diaconale veld zich overbelast voelen. Dat is niet vreemd, meent Christiane van den Berg-Seiffert, supervisor en universitair docent Beroepsvorming en Spiritualiteit aan de PThU. Relationeel werken brengt nu eenmaal uitdagingen met zich mee. Juist daarom is het belangrijk om regelmatig stil te staan bij de manier waarop je je werk doet.
Dat hoeft niet pas wanneer je vastloopt. Kleine ervaringen in het dagelijks werk kunnen al aanleiding zijn voor reflectie: een situatie die je leegtrekt, een gesprek dat blijft hangen, of juist een moment waarop je merkt hoeveel energie je ergens van krijgt. Wat gebeurt er dan met je? Welke rol neem je in? Wat zegt dat over wat belangrijk voor je is?
Herken je dit in je eigen werk? Stuur een bericht naar Naomi via naomivanberkel@netwerkdak.nl en we kijken samen welk onderdeel van ons aanbod jou kan helpen.