Flexibel en inclusief vrijwilligersbeleid: de kracht van veel mensen die een beetje doen

Het vrijwilligerslandschap verandert snel. Dat merken zowel Saskia Bolten, voorzitter van inloopcentrum de Jessehof in Delft, als Jan Grotendorst, coördinator vrijwilligersbeleid bij Stek Den Haag. Zij gingen op zoek naar manieren om beter aan te sluiten bij wat vrijwilligers zelf kunnen en willen. Ook ontdekten ze nieuwe wegen om mensen laagdrempelig met vrijwilligerswerk kennis te laten maken. Lees hun ervaringen.

 

Na de eerste COVID-periode bleek dat de vrijwilligers van de Jessehof hadden ingeleverd op hun weerstand, weerbaarheid en veerkracht, merkte ze bij inloopcentrum de Jessehof. Vrijwilligers werden ouder en kregen vaker gezondheidsklachten, terwijl er juist meer bezoekers, regelmatig met complexe problematiek, hun weg naar het inloophuis vonden.

Voorzitter Saskia Bolten vertelt: “We zagen aankomen dat deze ontwikkelingen zouden leiden tot het vertrek van een aantal mensen, tenzij we erin zouden slagen het vrijwilligersbestand te versterken met vitalere en jongere vrijwilligers. Om antwoord te krijgen op de vraag hoe we het inloophuis in de toekomst open kunnen houden, heeft hoogleraar vrijwilligerswerk Lucas Meijs onderzoek gedaan.”

Zijn bevindingen hielpen het bestuur en de coördinator met nieuwe ogen naar haar eigen organisatie te kijken. Saskia: “We bleken al een goede weg in te zijn geslagen. Met kleine aanpassingen werken we aan een flexibelere aanpak. Zo hoeven vrijwilligers niet meer per se een volledige dienst te draaien; er is ruimte voor mensen die later willen beginnen of liever een specifieke taak doen. We maken langzaam de omslag van ‘aanpassen aan ons’ naar ‘wat past bij jou’.”

 

Kennissessie Vrijwilligersbeleid – wo 11 maart | 10.00–15.30 | Utrecht
Meepraten over dit onderwerp? Meld je aan voor de kennissessie. Lucas Meijs deelt inzichten uit onderzoek bij de Jessehof. Saskia Bolten reflecteert op de praktijk. Jan Grotendorst gaat in gesprek over bouwen aan een open, dynamische gemeenschap. Aanmelden via naomivanberkel@netwerkdak.nl

Aansluiten bij mogelijkheden

Jan Grotendorst: “Ik zie ook dat het werken met vrijwilligers, in de brede zin van het woord, vraagt om flexibiliteit. Hoe zorg je ervoor dat je niet terechtkomt in een situatie van ‘vrijwilligers die helpen’ tegenover ‘mensen die geholpen worden’? Het draait om aansluiten bij wat iedereen (aan)kan en wil. Je zoekt eerder een taak die bij de mens past, dan een mens die bij de taak past. Daarvoor is het belangrijk om te luisteren, het gesprek aan te gaan, te zoeken naar wat er wél mogelijk is. Eigenlijk sluit dat heel goed aan bij de cultuur van presentie die zo belangrijk is in onze organisaties.”

Steeds meer willen ze in de Jessehof samen met vrijwilligers zoeken naar manieren waarop iedereen een eigen, unieke bijdrage kan leveren. Saskia licht toe: “Wat ons heeft geholpen is een verandering van perspectief. Jarenlang wilden we graag dat vrijwilligers zowel koffie inschonken en bij de bezoekers aan tafel gesprekken voerden. Maar sommige mensen vinden gesprekken voeren niet fijn. Ze blijven liever achter de bar staan. Wat ons heeft geholpen is een verandering van perspectief. Iemand die liever achter de bar blijft, ziet soms veel beter wat er in de groep gebeurt dan iemand die een één-op-één gesprek aangaat met bezoekers. Aan het eind van de dag vroegen we: wat heb je opgemerkt? Daar kwam ongelooflijk waardevolle informatie uit. Ook dat is aansluiten bij de capaciteiten en wensen van de ander.”

Jan merkt dat verschillende ‘soorten’ vrijwilligers zijn, die elk een eigen vorm van ondersteuning nodig hebben. “Voor de kennissessie op 11 maart wil ik het graag uitleggen rond drie pijlers: leren, vieren dienen: een knipoog naar de kerkelijke traditie.”

Jan: “Het dienende aspect zie je meer in het traditionele vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld de inloop. Scholing kan bijdragen om er beter voor de ander te kunnen zijn. Een geregeld terugkomende frustratie van vrijwilligers, die zij tijdens één-op-één coaching uiten, is bijvoorbeeld: waarom komt iemand met een hulpvraag nou niet in beweging? Wat blijkt: stress, bijvoorbeeld rondom schulden, houdt mensen in overlevingsmodus. Dan moet je eerst dáár aandacht voor hebben voordat je iemand kan gaan helpen om concrete stappen vooruit te gaan zetten.”

Mensen laagdrempelig betrekken

Leren gebeurt bij mensen die nog niet klaar zijn voor een vaste vrijwilligerstaak, maar wel kunnen groeien, legt Jan uit. “Voor mij is dat de essentie: hoe kun je mensen die de aansluiting met de samenleving zijn verloren weer betrekken, zodat ze het gevoel krijgen dat ze erbij horen? Hoe kunnen we mensen, juist voor wie dit niet zelfsprekend is, eigenwaarde en zelfvertrouwen geven? Dat doen we onder andere door activiteiten te organiseren die laagdrempelig zijn. Bijvoorbeeld door een moestuingroep. Er is één vrijwilliger met deskundigheid rondom tuinieren die de kar trekt, maar de overige vrijwilligers kunnen gewoon een paar uur aansluiten en helpen. Dat zijn activiteiten waarin iedereen kan instappen. De grens tussen vrijwilliger en deelnemer vloeir dan meer in elkaar over. Dat vind ik eigenlijk heel mooi.”

Laagdrempelige activiteiten kregen bij de Jessehof een andere vorm. Na corona investeerde de Jessehof drie jaar lang in het vergroten van weerbaarheid onder bezoekers. Het team ging met bezoekers in gesprek: wat zijn je interesses, talenten, wensen? Daaruit ontstonden spontaan nieuwe vormen van betrokkenheid. Een bezoeker begon met het organiseren van museumexcursies. Een ander bleek voormalig kampioen sjoelen: die heeft een aantal lessen georganiseerd. Weer anderen trokken er met elkaar op uit voor een wandeling langs het strand.

De kracht van veel mensen die een beetje doen

Jan: “Het is voor de duurzaamheid van een organisatie beter om veel vrijwilligers te hebben die een klein beetje doen, dan een kleine groep die heel veel doet. Duo-taken en laagdrempelige instapactiviteiten zorgen dat meer mensen kunnen aanhaken. Daarnaast is het enorm verreikend om diversiteit in je vrijwilligersbestand te krijgen. Dat kun je bereiken door je activiteiten en de doelgroepen waarop je je richt divers te maken. Dat is de afgelopen periode een speerpunt geweest voor Stek, waardoor we nu werken met jongeren en ouderen, mensen van verschillende culturele achtergronden en van verschillend opleidingsniveaus.”

Ook mensen die af en toe aan de organisatie bijdragen, mogen worden geteld als volwaardige vrijwilliger. Dat inzicht kreeg Saskia nadat ze de resultaten van het onderzoek zag. Jarenlang dacht ze dat de Jessehof ongeveer veertig vrijwilligers had. Het bleken er twee keer zoveel. “We hebben een heleboel mensen die af en toe iets doen: de kerststal neerzetten, het aquarium schoonmaken. Maar ook zij voelen zich verbonden met ons. Dat maakt hen ook vrijwilligers, maar we hebben ze tot nu toe niet meegeteld. Als we een zomerborrel organiseren, horen die vrijwilligers er óók bij.”

Dat is waar Jan’s derde pijler, vieren, om draait. “Door viermomenten verbind je alle soorten vrijwilligers, uitvoerend of nog lerend. Bijvoorbeeld tijdens een nieuwjaarsborrel: dwars door de organisatie heen ontmoet je elkaar.”

Het plezier van vrijwilligerswerk laten zien: dat vindt ook Saskia belangrijk. “Wij hebben de vrijwilligers nodig, maar zij halen er zelf ook veel uit. Het maakt hun én onze gemeenschap sterker.”