Een nieuw perspectief op veiligheid: ‘Ik wil mensen uitdagen verantwoordelijkheid te nemen’
Veiligheid begint bij gemeenschap, is een van jouw uitgangspunten. Kun je dat toelichten?
“De training die ik twee jaar geleden volgde over omgaan met moeilijk gedrag en agressie heeft voor mij een bewustwordingsproces in gang gezet. Ik ontdekte dat fysieke veiligheid in de huiskamer en present werken heel dicht bij elkaar liggen. Bij beide draait het om relatie. Dat begint al bij de ontvangst. Zeg je tegen nieuwe gasten: ‘Dit zijn onze huisregels’? Of zeg je: ‘Welkom. Samen dragen we verantwoordelijkheid voor een goede sfeer.’
De vraag die er achter ligt is: wat verstaan we eigenlijk onder veiligheid? En wat vraagt dat van onze gasten én van onze vrijwilligers? Voor mij draait het om verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap die we samen vormen.”
Hoe heeft de training geholpen deze visie te ontwikkelen?
“Eén beeld uit de training dat mij erg is bijgebleven is dat van een piramide. Het model gaf inzicht in wat onder je gedrag ligt: je missie, intenties, overtuigingen en gedachtes. Het helpt mij om situaties te benaderen vanuit een nieuw perspectief. Neem bijvoorbeeld de situatie: er heeft een conflict plaatsgevonden. Vanuit die ervaring ontstaat de intentie om veiligheid te creëren. Vervolgens ontwikkel je overtuigingen die tot actie leiden, bijvoorbeeld: ‘We hebben een pasjessysteem nodig’.
Maar als je als organisatie zegt dat je een open gemeenschap wilt zijn, moet je jezelf ook afvragen of die maatregelen daar nog wel bij passen. Ik realiseerde me dat je bij veranderingen niet meteen moet beginnen met de oplossing. Eerst moet je terug naar de basis: wat zijn eigenlijk onze kernwaarden? Wat is onze missie en visie? Waar zijn die op gebaseerd?
Daarnaast vind ik het waardevol om ook kritisch te kijken naar de ‘heilige huisjes’ binnen de organisatie. Welke overtuigingen zijn echt belangrijk, en welke zijn misschien ooit ontstaan vanuit een bepaalde situatie of ervaring, maar hoeven inmiddels niet meer leidend te zijn?”
Hoe breng je dat in de praktijk?
“Ik denk dat ik het voornamelijk zie bij grote, ingewikkelde veranderen. We hebben recent veel gesprekken over het aanleggen van een open keuken, waarin gasten kunnen meekoken. Die verandering vraagt niet alleen om een plan en financiële middelen, maar veel mensen vinden dat ook spannend. Vrijwilligers vragen zich af: waar laten we dan de messen? Hoe houden we overzicht? En wat is mijn rol nog als vrijwilliger als ik niet meer degene ben die de koffie zet? De keuken voelt voor veel vrijwilligers als hun eigen domein. Dat raakt dus niet alleen aan praktische zaken, maar ook aan hun gevoel van veiligheid en aan hun identiteit als vrijwilliger. Bovendien speelt mee dat we het al jarenlang op een bepaalde manier doen. Verandering roept daarom bijna vanzelf weerstand op.
Het mooie is dat veiligheid voor een groot deel ook een beleving is. Er is bij ons bijvoorbeeld nog nooit een mes getrokken. Je kunt er ook voor kiezen om alleen botermessen of eenvoudige keukenmesjes te gebruiken. Als iemand een appel wil snijden, is dat voldoende.
Dan kom je uit bij de vraag hoeveel vertrouwen je elkaar wilt geven. Dat raakt aan gemeenschapsvorming: samen verantwoordelijk zijn voor de plek die je met elkaar deelt. Voor mij begint dat steeds weer bij de vraag waarom we bepaalde keuzes maken en wat daaronder ligt.”
Hoe introduceer je als coördinator dit soort veranderingen?
“In eerste instantie ga ik vooral het gesprek aan. Het idee van de open keuken, dat noem ik bewust regelmatig. Dan kunnen mensen bij zichzelf afvragen wat ze daarvan zouden vinden. Wat zou het opleveren als een gast tegen een andere gast kan zeggen: ‘Ik haal wel even een kop koffie voor je’?
Als we kijken naar onze missie, lijkt dat me dat een hele mooie ontwikkeling. Als iemand bij je thuis komt, vraag je ook of diegene koffie wil. Nu werkt het soms zo dat iemand eerst moet kijken of er nog genoeg saldo op zijn pasje staat om een kop koffie te kunnen betalen. Dat voelt voor mij niet als de gemeenschap die we willen zijn.
Ik probeer daarnaast mensen uit te nodigen om zelf met ideeën te komen. Als iemand een plan heeft, vraag ik: werk het eens uit en stuur het naar mij. Dan kijken we samen of we het kunnen uitvoeren. Op die manier probeer ik meer te delegeren, verantwoordelijkheid te delen en ideeën echt bij anderen neer te leggen.”
Hoe zorg je ervoor dat ook bezoekers meedoen?
“Dat is niet altijd makkelijk. Ik vraag bijvoorbeeld wel eens: ‘Als alles mogelijk was, hoe zou jij het aanloophuis dan inrichten?’ Maar ik merk dat veel gasten zo bezig zijn met overleven, dat zulke vragen voor hen helemaal niet vanzelfsprekend zijn. Ze zijn vooral blij dat ze kunnen douchen, schone kleding krijgen, iets kunnen eten en drinken en warm worden ontvangen.
Daarnaast merk ik dat veel gasten het niet gewend zijn om naar hun mening gevraagd te worden. Nog minder zijn ze gewend om gevraagd te worden hun talenten in te zetten. Dat vind ik misschien wel het meest opvallende.
Dat zie je bijvoorbeeld heel mooi terug in een klein voorval. We hadden het een keer over de soep en een van onze gasten vertelde dat hij vroeger kok was geweest bij Van der Valk. Ik zei meteen: “Wat leuk! Wil je morgen dan de soep maken? Kom gewoon wat eerder, dan doen we het samen.”
Hij reageerde enthousiast, maar de volgende dag was hij er niet. Dat vind ik heel interessant. Het is alsof mensen zo gewend zijn geraakt om onzichtbaar te zijn en hun talenten niet te laten zien, dat het ontzettend spannend wordt zodra ze worden uitgenodigd om juist wel naar voren te stappen. Dat is iets waar ik graag verder onderzoek naar zou willen doen, al is het maar in het klein. Wat gebeurt er als je mensen blijft uitnodigen om verantwoordelijkheid te nemen of hun talenten in te zetten?”
Wat heeft dit met veiligheid te maken?
“Ik geloof dat als je zelf het goede probeert uit te dragen, mensen daar ook op reageren. . Dat ervaar ik ook in mijn eigen leven. Natuurlijk maak ik fouten, maar als je eerlijk bent, trouw bent aan wat je belangrijk vindt en oprecht bent in het contact met anderen, dan krijg je daar vaak ook iets voor terug.
Ik geloof dat dat binnen een organisatie net zo werkt. Onze organisatie hoeft niet perfect te zijn. We bestaan al veertig jaar en zijn ook gewoon met vallen en opstaan gegroeid. Maar als onze intentie oprecht is en we eerlijk zijn over wat we willen betekenen voor mensen, dan is dat uiteindelijk belangrijker dan alles tot in de puntjes geregeld hebben. Voor mij begint veiligheid daarom bij de relatie. Vanuit een goede relatie ontstaat vertrouwen, en vanuit vertrouwen ontstaat veiligheid.”
Eind oktober gaat er een nieuwe ronde van de leerroute ‘Veiligheid in een relationele organisatie’ van start. Er zijn nog plekken beschikbaar. Meer informatie via naomivanberkel@netwerkdak.nl.