Bescherming tegen winterkou mag geen loterij zijn: onderzoek toont grote verschillen in winteropvang voor dakloze mensen

Al jarenlang zien straatpastores en inloophuizen situaties die zo mensonterend zijn, dat ze niet mogelijk zouden moeten zijn. Mensen die buiten moeten slapen bij temperaturen van +1. Mensen die van gemeente naar gemeente trekken omdat daar misschien wél plek is. Hoe kan het dat iets zo basaals als een warme, veilige plek om te slapen zo afhankelijk is van waar je bent?

 

Die ervaringen waren de aanleiding voor het verkennend onderzoek In de kou gelaten: de praktijk van de Winterkouderegeling in Nederland. Want wat we al jaren zien en horen uit de praktijk, was nog nooit consequent landelijk in kaart gebracht. Dit onderzoek is tot stand gekomen samen met coalitie Dakloosheid Voorbij!, de Pauluskerk en vele mensen die hun ervaringen met de winteropvang wilden delen.

Wat blijkt: de regels, toegang en voorwaarden verschillen sterk per gemeente.

De conclusie is duidelijk: bescherming tegen winterkou is in Nederland geen gegarandeerd recht, maar vaak een loterij.

Daarom pleiten wij voor duidelijke landelijke minimumnormen. Een warme, veilige plek om te slapen moet een humanitaire ondergrens zijn.

Grote verschillen tussen gemeenten

De Winterkouderegeling is bedoeld om mensen die buiten slapen te beschermen wanneer weersomstandigheden een ernstig gezondheidsrisico vormen. In principe zou iedereen die buiten slaapt toegang moeten hebben tot opvang, ongeacht achtergrond of verblijfsstatus.

In de praktijk blijkt dat sterk te verschillen per gemeente.

Voor het onderzoek vulden 42 van de 44 centrumgemeenten een vragenlijst in. Daarnaast deelden 70 dakloze mensen hun ervaringen en gaven 40 professionals – waaronder opvangmedewerkers, straatartsen en verpleegkundigen – signalen uit de praktijk.

Wat blijkt? Een duidelijke landelijke humanitaire ondergrens ontbreekt. Centrumgemeenten hanteren uiteenlopende criteria voor openstelling: sommige openen de regeling bij een gevoelstemperatuur onder nul, andere pas na meerdere dagen strenge kou. Eén centrumgemeente hanteert zelfs een ondergrens van -10 °C. Daar ging de opvang afgelopen winter helemaal niet open.

Menswaardigheid onder druk

“Deze verkenning laat zien dat bescherming tegen winterkou in Nederland nog te veel afhangt van waar je bent,” zegt Nathalie van Schagen, projectleider belangenbehartiging van Netwerk DAK en mede-uitvoerder van het onderzoek. “Juist wanneer gezondheid of leven in gevaar komt, mag er geen verschil zijn tussen gemeenten. Een humanitaire ondergrens hoort niet afhankelijk te zijn van postcode, temperatuurgrenzen of lokale beleidskeuzes.”

Daarom pleiten wij voor duidelijke landelijke minimumnormen. Een warme, veilige plek om te slapen zou een humanitaire ondergrens moeten zijn. Iedereen die buiten slaapt moet daarop kunnen rekenen, ongeacht in welke gemeente iemand zich bevindt.

In de verkenning worden vijf aanbevelingen geformuleerd:

  1. Stel een landelijke minimumnorm vast. Met duidelijke landelijke regels, zodat bescherming tegen winterkou niet afhankelijk is van lokale keuzes.
  2. Garandeer directe en onvoorwaardelijke toegang en zorg dat iedereen bij gezondheidsgevaar gratis en zonder voorwaarden toegang heeft tot opvang.
  3. Maak winteropvang structureel beschikbaar gedurende de hele winterperiode, zodat opvang niet afhankelijk is van temperatuurgrenzen.
  4. Maak 24-uursopvang met begeleiding de norm. Bied veilige, bij voorkeur kleinschalige opvang met vaste teams en ruimte voor begeleiding en perspectief.
  5. Breng de maatschappelijke kosten in beeld van het huidige systeem, zodat besluitvorming plaatsvindt op basis van een integrale kosten-batenafweging.

Bekijk hier de verkenning In de kou gelaten.

Bekijk voor meer informatie de website van Dakloosheid Voorbij.

Afbeelding van het Kansfonds