Nieuw in het bestuur: Evert Jan Hazeleger – ‘Er mag meer aandacht zijn voor helpen onder protest’
Welke urgentie voel je in het werkveld?
“Vanuit mijn werk heb ik altijd veel met diaconale organisaties te maken gehad en ik heb de ontwikkeling ervan altijd gevolgd. Het werk is de afgelopen jaren alleen maar belangrijker geworden. We leven in een samenleving die steeds harder lijkt te worden. Juist daarom zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar je welkom bent en waar iemand naast je staat, belangrijker dan ooit.”
Welke opgave zie je voor organisaties voor de komende jaren?
“Het blijven investeren in vrijwilligers, dat lijkt mij een belangrijke opgaven. Vanuit mijn betrokkenheid bij de Protestantse Kerk neem ik een enorme waardering voor vrijwilligers mee. Mensen die geduldig, betrouwbaar en trouw naast anderen staan. Mijn bewondering voor de mensen die zich jarenlang met zoveel trouw blijven inzetten is enorm. Zij vinden dat vaak heel gewoon, maar juist in zijn gewoonheid is dat eigenlijk heel bijzonder.
Wat mij echter ook opvalt, is dat ik gedurende mijn carrière de vrijwillige inzet niet veel heb zien veranderen. Ik ontmoet regelmatig vrijwilligers die al dertig of zelfs vijfendertig jaar actief zijn. De gemiddelde leeftijd ligt behoorlijk hoog. Dat is natuurlijk prachtig, mensen die zich zo lang blijven inzetten. Tegelijkertijd is de vraag of het voldoende lukt om een nieuwe generatie vrijwilligers aan te spreken. Misschien willen zij zich op een andere manier inzetten dan vroeger. Daar ligt volgens mij wel een uitdaging.
Wat is jouw visie op de rol van diaconaal werk binnen de kerk?
“Ik haal veel inspiratie uit twee basisprincipes die in het diaconaal werk van betekenis zijn. Het eerste is: helpen waar geen andere hulp zijn. Aanwezig zijn, vanuit de kerk, inloophuizen, een buurtcentrum. Dat is waar present zijn om draait.
Het tweede uitgangspunt is wat mij betreft minstens zo belangrijk, en daar mag best wat meer hernieuwde aandacht voor zijn: helpen onder protest. Helpen onder protest betekent dat je mensen niet alleen ondersteunt, maar ook laat zien waarom die hulp nodig is. Je neemt geen genoegen met een samenleving waarin mensen buiten de boot vallen.
Het feit dat je mensen helpt, betekent niet dat je de samenleving wilt laten zoals die is. Juist niet. Je wilt ook bijdragen aan verandering. Je wilt aandacht vragen voor structurele problemen en ervoor zorgen dat die worden aangepakt. Daar hoort ook belangenbehartiging bij. Volgens mij ligt daar nog steeds een grote, en soms lastige, opdracht, maar ook een belangrijke notie die we goed moeten blijven vasthouden.”
Welke rol is daarin weggelegd voor inloophuizen en straatpastores?
“Belangenbehartiging begint wat mij betreft niet in Den Haag, maar in de praktijk. De mensen die betrokken zijn in het netwerk zijn geen belangenbehartigers die vanuit een kantoor bedenken wat er moet gebeuren. Je bent een spreekbuis van mensen die je daadwerkelijk ontmoet en ondersteunt. Juist vanuit die concrete ervaring kun je laten zien wat er gebeurt en aangeven wat er beter kan. Dat maakt je boodschap krachtig.
Ik vind dat Netwerk DAK hier ook een belangrijke rol in kan spelen. Ik vind dat we de signalen die vanuit het netwerk naar voren moeten komen ook daadwerkelijk een stem moeten geven. Dat betekent de contacten onderhouden met gemeenten, provincies en de landelijke politiek, zodat de ervaringen uit de praktijk kunnen bijdragen aan beter beleid.
Een van de thema’s waar we binnen Netwerk DAK mee bezig zijn, is present besturen. Wat doet een goed bestuurslid volgens jou, en hoe wil jij dat zelf in de praktijk brengen?
Voor mij houdt goed besturen in dat je als bestuur enige afstand bewaart. In het geval van Netwerk DAK betekent dat dat je de directeur en de medewerkers niet voor de voeten loopt, maar hen juist ondersteunt in het werk dat zij doen.
Tegelijkertijd is het belangrijk dat je niet té veel afstand houdt. Je moet wel weten wat er speelt binnen de organisatie en feeling houden met de praktijk. Als bestuur moet je betrokken zijn, zonder op de stoel van de uitvoering te gaan zitten. Die balans vind ik heel belangrijk.
Is er nog iets dat je met het netwerk wilt delen?
Ik wil vooral zeggen: ga door en blijf elkaar ondersteunen. En laat je horen!