Onderzoek toont hoe taal het zelfbeeld van mensen met een verslaving bepaalt

Uit recent onderzoek blijkt dat de taal die we gebruiken een grote rol speelt in het zelfbeeld van drugsverslaafden. Onderzoekster Greta Huis doet een oproep aan inloophuizen en straatpastores: stop met het gebruiken van woorden als ‘verslaafde’, ‘drugsgebruiker,’ of ‘junk’.

Voor haar proefschrift Ik ben een drugsgebruiker, maar wel een fatsoenlijke! verzamelde Greta Huis de levensverhalen van 43 mensen uit de Amsterdamse drugsscene. De uitkomst trof haar diep: 40 van hen beschreven zichzelf vrijwel uitsluitend als ‘drugsgebruiker’. “Hun hele levensverhaal was drugsgerelateerd,” vertelt Greta. “Familie, werk, relaties, alles werd geïnterpreteerd in het licht en verslaving.”

Drie van de correspondenten deden dat níet. “Zij vertelden als Remco en Bregje. Mensen met hobby’s, talenten, ervaringen. Drugs kwamen wel voor in hun verhaal, maar niet als de kern van hun identiteit. Het verschil tussen deze levensverhalen en die van de 40 andere correspondenten was enorm.

De uitkomst van mijn onderzoek heeft me laten schrikken. Ik had niet kunnen voorstellen dat mensen zichzelf in zo’n grote mate alleen maar als drugsgebruiker zouden identificeren, zonder ruimte voor de andere dingen in hun leven.”

Woorden roepen beelden op

Greta ziet een duidelijke conclusie: taalgebruik van hulpverleners, pastores en inloophuizen beïnvloedt direct hoe mensen zichzelf gaan zien. “Daarom wil ik graag oproepen: stop met woorden als ‘verslaafde’, ‘drugsgebruiker,’ of ‘junk’. Je doet mensen daarmee tekort. Als hun hele omgeving mensen op deze manier  aanspreekt, nemen ze dat beeld over. En als je jezelf alleen als drugsgebruiker ziet, hoe kun je je dan aan ander leven voorstellen?”

De beelden en vooroordelen die wij hebben bij woorden spelen daarin een belangrijke rol. “Als je iemand aanspreekt als ‘junk’, roept dat meteen beelden op: vies, onverzorgd, onbetrouwbaar. Maar de mensen over wie het gaat nemen dat stereotype óók over.

Mensen die zichzelf als ‘drugsgebruiker’ omschrijven voelen bovendien dat ze iets moeten uitleggen, merkt Greta. “Hun levensverhaal was vooral een verantwoordingsverhaal,” legt ze uit. “De morele lading rond drugs en verslaving maakt dat ze voortdurend het gevoel hadden zich te moeten verantwoorden. Waarom ze verslaafd waren, waarom afkicken niet lukt. En vooral ook: dat ze ondanks hun drugsgebruik wel een goed mens zijn. Ze vroegen zich voortdurend af of ze wel ‘aan de goede kant van de streep’ stonden.”

Hoe kan het anders?

Verandering begint bij organisaties, benadrukt Greta. “Gebruik taal die ruimte laat, zoals: ‘mensen die drugs gebruiken’. Daarmee zet je de mens op de eerste plaats.

Daarnaast pleit ze ervoor dat er in inloophuizen vaker bewust wordt stilgestaan bij taal en zelfbeeld, samen met de mensen over wie het gaat. “Vraag met elkaar: hoe zie ik mezelf? Welke woorden gebruik ik om ik mezelf te omschrijven? Welke beelden draag ik bij me, bevestigen die een stereotype of doorbreken die het juist? Dat gesprek alleen al vergroot eigenwaarde. Mensen worden geen object, maar een gesprekspartner.”

Greta: “Als iemand altijd wordt aangesproken als ‘gebruiker’ of ‘junk’, dan gaat die persoon dat vanzelf geloven. Pas als iemand zichzelf weer als mens gaat zien, wordt er ruimte gemaakt voor een ander verhaal.”

Afbeelding van het Kansfonds