Netwerk DAK - Door Aandacht Kracht
 
Vrijwilligerswerk als gave

Download de tekst
Erik Borgman
Vertrouwen brengt risico met zich mee – en dat is goed.
bij de presentatie van Mirjam Schuilenga, Kleine grootse gebaren: Over levensbeschouwelijk vrijwilligerswerk, Gorinchem: Narratio 2013
Arnhem, Diaconessenkerk,  27 september 2013  

Er is vrijwilligerswerk en dat is genade. Dat genadige karakter van het vrijwilligerswerk betekent dat het goed is en belangrijk voor het goed functioneren van de samenleving. Het betekent ook dat het een geschenk is en zich niet laat afdwingen. Maar het hoeft ook niet te worden afgedwongen, want het bestaat, het is en wordt gegeven.Wie mensen tot vrijwilligerswerk wil verplichten, maakt eerder iets kapot dan dat hij heelt. Verplichting tast het wezen van het vrijwilligerswerk van binnenuit aan. Resultaatgerichtheid heeft een zeer beperkte plaats in het vrijwilligerswerk en verplichting doet de gerichtheid op resultaat domineren.
 
Het gebaar van vrijwilligerswerk is ten diepste een gebaar van beschikbaarheid en overgave, en daarmee van vertrouwen. Vrijwilligerswerk is dienst aan mensen en een situatie om in die situatie ‘goed leven’ te doen opbloeien en mensen te helpen tot bloei te komen. Dit vraagt in eerste instantie afzien van eigen belang: de vraag is niet wat iemand mij te bieden heeft, of zelfs wat iemand in algemene zin te bieden heeft (participatiesamenleving). Vraag is wat iemand nodig heeft om weer iets te bieden te kunnen hebben.Dat mensen uiteindelijk iets te bieden hebben, is geloof en vertrouwen. Het is  doorgaans niet gebaseerd op concrete aanwijzingen. Dit vertrouwen is echter essentieel en vloeit voort uit een katholieke visie op menselijke waardigheid. Volgens het katholiek sociaal denken realiseren mensen hun waardigheid pas ten volle als ze positief bijdragen aan de vormgeving van het leven van henzelf en anderen.
 
De vrijwilligers zelf zijn daar een teken van. Vrijwilligers zetten zich in voor anderen en precies dit doet hen goed. Zij zijn de levende aanwijzingen dat mensen ernaar verlangen van betekenis te zijn. Dat zij eraan blijken te kunnen bijdragen dat het de ander beter gaat, is voor vrijwilligers een belangrijke motivatie: ‘daar doe ik het voor!’ In deze zin hebben vrijwilligers wel degelijk belang bij hun inzet: zij belichamen de samenleving waarin zij zelf willen leven en brengen deze samenleving zo dichterbij: voor anderen, maar zo ook voor henzelf. Dit is een typisch christelijke paradox: ons leven wordt goed door het goede leven van anderen te dienen.Het zou goed zijn als vrijwilligers en ondersteuners van (levensbeschouwelijk) vrijwilligerswerk zich opnieuw zouden realiseren dat ‘zieltjes winnen’ integraal onderdeel is van de eigen taak. ‘Zieltjes winnen’ heeft ten onrechte een slechte pers. Er is weinig dat mensen zozeer het gevoel kan geven weer een ziel te hebben dan een overgang van geholpene naar helpende. Dan blijken ze te worden vertrouwd en gaan zij ook zichzelf en anderen weer vertrouwen.
 
Het eigene van vrijwilligerswerk is dat het risico neemt – of liever: het onvermijdelijke risico op zich neemt. Samenleven is een risico en vertrouwen dat het goed kan gaan betekent het risico nemen dat het fout kan gaan. Hoe zeer wij dit risico ook buiten beeld proberen te drukken, het komt steeds langs een achterdeur terug. Vaak als wantrouwen – vgl. T.S. Eliot in het gedicht ‘Chorussen from the Rock’ (1934):
 
[We] constantly try to escape
From the darkness outside and within
By dreaming of systems so perfect
that no one will need to be good.
 
Steeds steekt de angst de kop op dat mensen zich niet tot de perfecte systemen laten dwingen en dat onze samenleving uiteen zal vallen.
Dwang is echter niet overtuigend omdat het risico op anderen wordt afgewenteld en zo getuigt van gebrek aan vertrouwen. Daarom zijn vrijwilligers geloofwaardiger dan politici en bestuurders: omdat ze het risico op zich nemen dat vertrouwen impliceert in plaats van het af te wentelen. In deze zin kunnen vrijwilligers een alternatief, vertrouwvol perspectief op de samenleving geven: ik weet dat ik afhankelijk ben van jouw bereidheid goed te zijn en daarom zet ik mij ervoor in te zorgen dat goed zijn voor jou gemakkelijker wordt.
 
Het inzicht dat de samenleving vrijwilligers en mantelzorgers nodig heeft, is vooralsnog een halve ontdekking: alles door professionals te laten doen is onbetaalbaar. Vanuit dit inzicht dreigen vrijwilligers te worden beschouwd en behandeld als mensen die gratis zijn, maar niet als belichamers van gratia: van genade, maar ook van virtuositeit. Professionals voelen zich hierdoor geschoffeerd, maar vrijwilligers raakt het in de ziel. 
Vrijwilligers geven hun gaven, hun talenten in het vertrouwen dat ze daar goed aan doen. Dit doen ze graag en van harte, maar met de strijd die nodig is om te zorgen dat dit mogelijk is en blijft, willen ze doorgaans zo weinig mogelijk te maken hebben. Juist opdat zij kunnen doen en blijven doen waar zij goed in zijn, is het belangrijk dat zij professioneel worden ondersteund. Het maatschappelijk activeringswerk is niet nodig om mensen actief te maken, maar wel om te zorgen dat maatschappelijke vrijwilligers zo min mogelijk gestoord hun unieke bijdrage van risicovolle beschikbaarheid en steun kunnen blijven leveren.Deel van deze zorg is training in vaardigheden en reflectie. Want vrijwilligerswerk komt uit het hart, maar wordt gedaan met een hoge mate van praktisch verstand.
Deel van deze zorg is ook studie en analyse van wat vrijwilligers doen en belichamen. Dan blijken zij een alternatieve toegang te bieden tot een alternatief beeld van de samenleving: de samenleving is van zorg en betrokkenheid gemaakt.
 
Voor de kerk is het passend te investeren in de ondersteuning van vrijwilligerswerk. Het is de belijdenis van haar geloof in vertrouwvolle afhankelijkheid, in liefde die van God is: ubi caritas et amor, Deus ibi est. Dit geloof is de belijdenis waard. 
Opdat jullie liefde zouden beoefenen zowel in het handelen als in de wil, heb ik in mijn voorzienigheid niet aan één persoon individueel de kennis gegeven om alles te doen wat noodzakelijk is voor het menselijk leven. Nee, ik gaf iets aan de één en iets aan de ander, zodat ieders behoefte een reden zou zijn om toevlucht te zoeken bij een ander. […] Had ik niet iedereen alles kunnen geven? Natuurlijk. Maar in mijn voorzienigheid wilde ik ieder van jullie afhankelijk maken van de ander, zodat jullie gedwongen zouden zijn liefde te beoefenen.
Catharina van Siëna (1347-1380)
 
 

terug
 
 
In Beeld
Activiteiten bij de inloop
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door