Netwerk DAK
 
Het fuikmodel in vrijwilligerswerk

Het fuikmodel in vrijwilligerswerk
Download deze tekst

Bij sommige inloophuizen komt naar voren dat het moeilijk is om nieuwe vrijwilligers te vinden bij een vrijwilligersbestand dat al lange tijd bestaat. Lieve Wouters schreef in Tijdschrift voor Geestelijk Leven over het ‘fuikmodel’, dat nogal eens voorkomt in parochies, maar kennelijk ook in inloophuizen.

Vrijwilligerswerk wordt voorgesteld als een fuik: wie één taak opneemt binnen de organisatie, neemt steeds meer op zich. Er lijkt geen weg terug, tenzij na een breuk met de organisatie. (TGL, 71, 4, 47) Het doet me denken aan hetgeen een coördinator van vrijwilligers onlangs vertelde. “Als één van de vrijwilligers stopt, dan zijn anderen bereid om zich vaker te laten inroosteren.” Op de korte termijn is dat een oplossing, op de lange termijn niet.
Want deze aanpak heeft risico’s: “Door de langzame selectie van de nieuwe vrijwilligers wordt het bestuur bevolkt met klonen van de huidige bestuurders. Dit leidt tot een verouderd bestuur dat – als er niet wordt ingegrepen – versteent. Het fuikmodel is de oorzaak van de demotivatie van beginnende vrijwilligers en van de vergrijzing van menig bestuur.” (TGL, 71, 4, 47)

Dit geldt niet alleen voor bestuurders, maar ook voor vrijwilligers, gastheren en gastvrouwen. Vaak zie je dat bij een vaste groep vrijwilligers het voor nieuwkomers heel moeilijk is om zich een plek te verwerven.
Het lastige is dat de groep die over blijft steeds kleiner wordt en steeds meer taken krijgt. “Ze worden gekoesterd, en terecht want ze verzetten vaak massa’s werk en meestal ook met de beste bedoelingen. Maar tegelijk houden ze vernieuwing tegen.” Deze hardwerkende vrijwilligers zijn vaak ook bang dat er voor nieuwe dingen toch geen nieuwe vrijwilligers worden gevonden.”
In een dergelijke situatie wordt de afstand tussen de kern die de zaak draaiend houdt en de buitenwereld, steeds groter. Het wordt steeds moeilijker om nieuwe vrijwilligers te vinden.

Mogelijkheden om te doorbreken
Om deze impasse te doorbreken, moet de organisatie zien wat er gaande is en op zoek gaan naar een andere aanpak. Leer denken vanuit de potentiele vrijwilliger en pas daar je organisatie op aan. Kijk naar de motieven van mensen om vrijwilliger te worden. Lieve Wouters kijkt naar de belangen van mensen in een organisatie en verdeelt ze in vier typen belangen.

Ze noemt de klanten: mensen die lidgeld betalen omdat ze op hoogte willen blijven van wat er reilt en zeilt binnen de organisatie, of die deelnemen aan activiteiten van een organisatie zonder er (op dit moment) actief aan bij te dragen. Deze groep verlangt geen inspraak, enkel kwaliteit en goede informatie. In het geval van een parochie zou je de kerkgangers of de randkerkelijken voor ogen kunnen hebben.

Een tweede groep bestaat uit de vrijwillig medewerkers. Ze stellen hun tijd ter beschikking van de organisatie en verwachten in ruil daarvoor een plek om zinvol bezig te zijn. Het grotere geheel van de organisatie is niet hun eerste zorg. In het geval van een parochie noemt de schrijfster muzikanten of lectoren als voorbeeld.

“Wie minder tijd over hebben voor de organisatie, maar wel mogelijk meer betrokkenheid tonen bij het grotere geheel, zijn leden die zich opstellen als sponsors. Zij geven geld of hun naam aan de organisatie om het gemeenschappelijk doel mogelijk te maken. Nog meer betrokkenheid tonen de zogenaamde eigenaars, zeg maar de bestuursvrijwilligers. Ze zoeken een plek voor zingeving en invulling in hun identiteit. Ze willen meedenken en -beslissen op korte en lange termijn. Deze vrijwilligers zetten zich mogelijk tegelijk ook in als sponsors of vrijwillige medewerkers.
Het is niet verstandig om het ene type meer te waarderen dan het andere. Een organisatie heeft deze verschillende types nodig, anders versteent ze. Een organisatie met uitsluitend eigenaars en geen klanten of vrijwillig medewerkers is geen lang leven beschoren, en dat geldt ook voor het omgekeerde scenario. Een organisatie moet om vrijwilligers te werven dus zo veel mogelijk ruilmotieven aanbieden.” (TGL, 50)

Doorbreken door sympathisanten erbij te betrekken
Op de regionale bijeenkomst in Groningen kwam dit probleem aan de orde. Marike Kuperus gaf wat tips. Er is altijd een kern van vrijwilligers die het meest actief zijn. Daaromheen zit een schil van vrijwilligers en dan heb je nog een schil van sympathisanten die de organisatie een warm hart toe dragen, maar geen vaste vrijwilliger zijn. Als de mensen in de middelste schil afhaken, dan wordt de kern steeds vaster en kleiner. Hoe doorbreek je dat? Door te proberen de sympathisanten erbij te betrekken. Door ze uit te nodigen op een open dag, ze te vragen om één keer bij een speciale gelegenheid koffie te schenken, door iemand te vragen foto’s te maken enzovoort. En dat steeds herhalen, zonder ze meteen helemaal naar binnen te trekken. Daarmee open  je de afstand tussen de vaste kern en de kringen eromheen wat en creëer je nieuwe dynamiek.

Doorbreken door nieuwe activiteiten
Een andere manier om de vaste kern te doorbreken, is het opzetten van een nieuwe activiteit, naast de bestaande. Als daar vrijwilligers bij komen, worden ze niet geconfronteerd met de vaste regels en structuren van de bestaande vrijwilligersgroep. Zo kun je een nieuwe start maken, zonder dat het bestaande moet veranderen. Zijn er te weinig vrijwilligers om iets nieuw op te zetten? Ga samenwerking aan met een andere organisatie. Organiseer met het ouderenwerk enkele middagen voor ouderen, of met de wijkraad een buurtmaaltijd. De nieuwe organisatie brengt menskracht, contacten en ideeën over de vloer.

De mens centraal, niet de activiteit
Wanneer er zo wat nieuwe mensen komen binnendruppelen, is het belangrijk om maatwerk te leveren. Kijk wat voor type het is en zoek daar klussen bij. Voor de ene is dat incidenteel, voor de ander een vaste taak, een derde wil juist mee denken en verantwoordelijkheid. Zog voor de juiste mens op de juiste plek. Een bewust vrijwilligersbeleid is één van de belangrijkste peilers van een inloophuis.

TGL bracht een thema nummer uit over ‘de geestkracht van de vrijwilliger’. Het behandelt diverse aspecten van vrijwilligerswerk, met bijzondere aandacht voor de motivatie waarom mensen vrijwilligerswerk doen en wat je als organisatie kunt doen om de bronnen van motivatie levend te houden.
Tijdschrift voor Geestelijk Leven, jaargang 71, nummer 4, juli 2015, www.tgl.be.
 
 

terug
 
 
Meer dan een dak
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door