Netwerk DAK - Door Aandacht Kracht
 
Open kerk

Omdat gastvrijheid het centrale kenmerk is van de open kerk, en dus ook van het Inloophuis, poog ik dat begrip wat scherper voor ogen te krijgen. Ik doe dat in vijf stellingen, die ik met een sterretje aangeef.

* Gasten staan centraal; zij zijn vrij; geen randleden maar geëerde gasten; geen exemplaren van een soort, unieke mensen: mensen met een naam.
Het gaat om hen; niet bij wijze van spreken maar de facto. Hun belang dient ook de opbouw van de eredienst te bepalen. Die moet namelijk zo zijn dat mensen op de drempel, de buitenstaanders, die kunnen volgen. (Aldus de exegese van Herbst van 1 Kor. 14).
De buitenstaander is welkom. Royaal! Niet maar: 'komt u binnen; u vindt het wel goed dat we even afmaken waar we mee bezig zijn?'. Het programma wordt er voor onderbroken. Zo denkt Benedictus er in ieder geval over. In zijn Regel (p.63) stelt hij: 'De overste verbreekt omwille van een gast zijn vasten'.
Gasten mogen er zijn; zij zijn niet een exemplaar van een categorie, maar een onvervangbaar individu. Zij hebben een naam en worden - in de diepe betekenis van het woord - gezien. Dal is niet eenvoudig. Sommigen achten dat zelfs onmogelijk. Zo stellen marxistische sociologen dat kennis gekoppeld is aan een positie. Zij spreken daarom van geprivilegieerde kennis. Wat het betekent om vluchteling, weduwe, arm, gediscrimineerd, dakloos of gehandicapt te zijn, weet tenslotte alleen de vluchteling, de weduwe, de arme, de gediscrimineerde, de dakloze en de gehandicapte. Of het werkelijk zo dramatisch is, weet ik niet; misschien kunnen ook anderen er tenminste iets van begrijpen. Maar duidelijk is dat dit een belangeloze interesse vraagt. Het veronderstelt ook dat er ruimte geschapen wordt bijvoorbeeld door de uitnodigende vraag; 'Wat dan?' (Lucas 24). Maar dan kan het ook gebeuren dat de gast zich laat zien en gastvrouwen/heren leren zien.
Gasten worden met respect behandeld; vooral de minst geachten en de minst machtigen. Waarom? In spiritueel geladen kringen wordt steevast als antwoord gegeven: omdat in hen, juist in hen, de aanwezigheid van Christus wordt vermoed. Christus is present in Woord en Teken, in de Gemeenschap ('Waar twee of drie... ') en in de arme (Van Kessel, 1989, 112 e.v.).
Benedictus is daar zeer stellig over: 'Alle gasten die langs komen worden ontvangen als Christus zelf, want Hij zal zeggen: 'Ik was gast en u hebt Mij ontvangen' (Matt 25:35). Vandaar dat de portier van een Benedictijns klooster tot op vandaag de poort opent met de woorden Deo gratias. Dat klinkt vroom; sterker nog het is vroom. We moeten dat niet afdoen als te hoog gegrepen, maar zien als een niet eindigende oefening.

* Gastvrijheid is niet een taak, maar een houding. Kenmerkend voor die houding is ruimte scheppen. Wil Derkse geeft daarvan als voorbeeld de wijze waarop we de telefoon opnemen.
Als de telefoon rinkelt beleven we dat niet zelden als een ongewenste inbreuk in onze wereld. De moderne techniek helpt ons via nummermelding de deur gesloten te houden; in ieder geval om gasten te selecteren. Maar het kan ook anders. Hij doet het zo. Als de telefoon gaat, wacht hij even met opnemen; spreekt dan de zegenwens 'Deo gratias' uit; en neemt vervolgens de hoorn op. Zo schept hij ruimte voor zijn onbekende gast. Die bespeurt dat hij welkom is.

* De gastvrouw/heer laat zichzelf zien.
Zo schept de gastvrouwlheer ruimte; maar ook laat hij zich zelf zien.
Het gaat om vrijheid èn confrontatie. Henri Nouwen gebruikt het beeld van een huis. "Een leeg huis is geen gastvrij huis. Al snel wordt het een spookhuis en geeft het de vreemdeling een onbehaaglijk gevoel (...). Als we werkelijk gastvrij willen zijn moeten we niet alleen de vreemdeling binnen laten, maar hem ook confronteren met onze ondubbelzinnige aanwezigheid, niet onszelf verbergen achter neutraliteit, maar hem helder en duidelijk inzicht geven in onze ideeën, meningen en manier van leven. Tussen iemand en niemand is geen werkelijk gesprek mogelijk'.
Zo kan ook God ter sprake komen.

* Vrijheid en confrontatie: (g)een dilemma?
Vooral over dat laatste wordt vaak moeilijk gedaan.
Soms omdat men vermoedt dat het uiteindelijk daarom begonnen is; terecht wordt dat afgewezen; gastvrijheid is doel in zichzelf. 'Hebben de kerken geen hogere roeping dan koffie te schenken en een praatje te maken? Het antwoord kan kort zijn: de kerk heeft de hoge roeping tot het schenken van koffie en aandacht. En dan niet met het oog op een nog hogere roeping, maar als doel in zichzelf, als waardevol in zichzelf (Sake Stoppels, 1997,49). Maar de angst daarin te vervallen kan ook tot gevolg hebben dat we onszelf verbergen; daar wat spastisch over doen. Dat meen ik bijvoorbeeld te horen in de bezorgde vraag van een diaconale dominee: 'Waarom zou je aan al die zoekers niet die stem mogen laten horen dat er iemand is die van je houdt. En dat wij die "iemand' God noemen?'
Het lijkt alsof er een 'vreemd belang' naar binnen wordt gesmokkeld.
Het probleem ontstaat, ten minste mede, doordat we uitgaan van kerkelijke onderscheidingen (zoals diaconaat, pastoraat, missionair). Die typeringen lijken dan beperkingen en verplichtingen op te leggen. Vandaar de verontschuldigende toon bij de diaconale dominee die ik zojuist citeerde.
Dit probleem wordt verminderd, zo niet opgeheven als we uitgaan van behoeften van mensen; behoefte aan zin, aan gemeenschap, aan solidariteit en hulp, aan informatie. (Natuurlijk blijft ook de setting van belang). Dan doen we niet meer zo moeilijk. Het jaarverslag van het aanloophuis Beverwijk illustreert dat als volgt: 'Waar kan het gebeuren dat je op vrijdagmiddag in gesprek raakt over de oorlog, over vrijwillige en gedwongen verhuizingen, over bijstand? Waar raak je om die tijd in gesprek over het geloof, de bijbel, over wat waar is, Jezus van Nazareth en dood en verrijzenis? Juist; dat kan alleen maar gebeuren in het aanloophuis' .
Zo wordt 'de mens' serieus genomen evenals 'de zaak'. Beide krijgen het volle pond. Zo behoort dat in ieder geval te zijn. 'De mens' recht doen en 'de zaak' serieus nemen, staan niet in een concurrentieverhouding tot elkaar. Integendeel de behoeften van mensen en de zending van de kerk zijn op elkaar betrokken. Vandaar dat JC Hoekendijk kan zeggen: 'Maar als we deze diaconia isoleren of er te grote nadruk op leggen, dan wordt de evangelist al gauw een sentimentele filantroop. Hij moet nooit vergeten, dat hij geen echte dienst kan verlenen, als hij de mens het kerugma onthoudt en hem buiten de koinonia laat staan' (25).

Download de inleiding Een open kerk.

terug
 
 
In Beeld
Activiteiten bij de inloop
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door