Netwerk DAK - Door Aandacht Kracht
 
Theologen over de participatiesamenleving

In de nieuwsbrief van de Pauluskerk reflecteert Dick Couvée op het gesprek van Mirjam Sterk en Ad de Bruijne over de participatiesamenleving.
Lees onderstaande tekst of download hier de nieuwsbrief.

Het Waarom, door Dick Couvée

Ieder voor zich en God voor ons allen?
Tijdens de Nacht van de Theologie was
een van meest interessante gesprekken
dat tussen Mirjam Sterk en Ad de Bruijne,
hoogleraar ethiek en spiritualiteit aan
de Theologische Universiteit Kampen
(Vrijgemaakt). Onderwerp van gesprek was
een boekje geschreven door Mirjam Sterk
en Ardin Mourik-Geluk.

Het boekje is een pleidooi voor de participatiesamenleving.
Het kabinet Rutte liet de koning het begrip
tijdens de laatste troonrede introduceren.
Volgens het kabinet dient de samenleving,
dienen wij, de komende jaren de weg
te gaan van verzorgingsstaat naar
participatiesamenleving. Dat moet, want de
overheid vindt dat ze geen geld meer heeft.
Lees: zij is niet meer bereid om het daar weg
te halen waar het zit (NB. Piketty!). Maar
het is ook goed voor ons allemaal. Sterke,
krachtige, creatieve, flexibele burgers zijn
meer dan in staat om veel meer dan tot nu
toe vorm en inhoud te geven aan wat er
moet gebeuren in de samenleving, van zorg
via onderwijs en opvang tot en met het leven
in buurt en straat.

Het boekje van Sterk is een ‘pleidooi voor
participatie’. Zij geeft er echter duidelijk een
andere draai aan het kabinet doet. Bij het
kabinet houd je voortdurend het vervelende
gevoel van een dubbele agenda: oké, het
geld is op, wij kunnen of doen het niet meer,
nou dan jullie maar, als burgers. En het
zou aardig zijn als jullie als burgers dan wel
precies doen wat wij willen. Burgers dus, die
overheidstaken uitvoeren, maar zonder echte
invloed daarbij en zonder daarvoor te worden
betaald. Sterk ziet participatie anders: ‘Wat
het begrip participatiesamenleving nodig
heeft is geen technische maar een ethische
invulling, een invulling die recht doet aan
ieders individualiteit en kwetsbaarheid.
Participatie wordt dan geen gebod, maar
een vorm van spontane toewijding aan de
ander’. Op een andere plek in het boekje
heet het: ‘Maar naastenliefde komt in de kern
neer op dezelfde inhoud: het belangeloze
zoeken naar het goede voor de ander. Als
het ons lukt ons vrij over te geven, dan
komen we in een flow of goodness, ‘het
gevoel dat je moeiteloos iets voor de ander
doet’. Dat Sterk niet wil participeren in de
participatiesamenleving van het kabinet lijkt
mij een goede zaak!

In het gesprek met Sterk die avond was de
Bruijne het deels met haar eens: participatie,
ja. Maar waarom dan? Waarop bouw je
een participatie, die het uithoudt en sterk
blijft in de weerbarstige werkelijkheid van
de samenleving van nu? Dat was volgens
mij de vraag die hij steeds aan Sterk
stelde. Hij verwoordde dat in wat ouderwets
aandoende christelijke begrippen als: ja,
maar hoe zit het dan met Christus, met
zonde en met verlossing? Ik zat eerst wat
ongemakkelijk op mijn stoel te schuiven.
Maar dacht vervolgens, hij heeft gelijk. Wat
De Bruijne eigenlijk tegen Sterk zegt is,
dat hij het allemaal veel te lief, te naïef, te
modern lichtgewicht christelijk, te burgerlijk
vindt. In de echte werkelijkheid, niet de
lieve van Mirjam Sterk, kom je niet uit met
een ‘flow of goodness’ of met ‘het gevoel,
dat je moeiteloos iets voor een ander doet’.
Het is duidelijk, dat Sterk - typisch modern
christelijk - allerlei pogingen doet om een
bruikbaar alternatief te vinden voor alles wat
riekt naar gebod. Mijn naastenliefde moet bij
mij van binnenuit komen en niet vanuit een
gebod van buitenaf: ‘Heb uw naaste lief als
uzelf’. Daarin slaagt zij niet, in ieder geval
voor mij niet. Ik vraag mij met De Brujne zelfs
af of het überhaupt wel kan.
Ben ik voortdurend in een ‘flow of goodness’,
doe ik altijd moeiteloos iets voor een ander,
in de Pauluskerk? Nee. Soms. Maar heel
veel ook niet. Hoe betrokken ik ook ben
bij de mensen in de marge en probeer
mij voor hun zaak in te zetten, ik doe dat
echt niet omdat ik altijd zo intrinsiek voor
hen ben gemotiveerd. Soms vind ik het
gewoon rotzakken, die hun eigen leven en
dat van anderen alleen maar verzieken.
Ik vind lang niet iedereen aardig en zelf
ben ik ook niet altijd aardig. Geen ‘flow of
goodness’, dus, zeker niet altijd, van hen
naar mij of andersom. Maar waarom blijf je
je dan toch voor mensen inzetten, ook al
lukt het niet en is het soms vechten tegen
de bierkaai? Komt mijn naastenliefde van
binnenuit? Ja. Omdat ik geloof en altijd
weer zie, dat mensen zijn aangelegd en dus
aanspreekbaar zijn op het goede, geschapen
als zij zijn door God. Maar tegelijk zijn zij,
net als ik, kromgetrokken, scheefgegroeid,
gebutst, doen zij rare, domme dingen, staan
zij zichzelf en elkaar naar het leven, omdat
er soms een dikke, haast ondoordringbare
laag slib over al dat goede heen gegroeid.
Dan is de ‘flow of goodness’ niet mogelijk,
sterker die is te licht, die werkt niet. Dan
is er ook iets nodig dat maakt dat je toch
gewoon doet wat er gedaan moet worden
en dat je het volhoudt. Iets van buitenaf.
Noem het appel, noem het opdracht, noem
het gebod. Jezus zelf raakt de hele kern
van het waarom volgens mij onovertroffen.
In de plaats van de theoretische, lievige
vraag: ‘Wie is mijn naaste?’ zet hij radicaal
deze vraag in het centrum: ‘Van wie ben
ik de naaste geweest?’ Dat is niet naïef
en lief, maar praktisch en onvrijblijvend.
Dat is van binnenuit èn van buitenaf. Voor
mij een antwoord op de vraag naar het
waarom, waarmee wij het vooruit kunnen in
de Pauluskerk, die volgens sommigen ‘met
zijn poten in de modder van de samenleving
staat’ en in de participatiesamenleving, die
eraan gaat komen of we dat nu willen of niet.
 

Ieder voor zich en God voor ons allen? pleidooi voor participatie

Mirjam Sterk is een groot voorstander van de participatiesamenleving. Maar participatie heeft alleen kans van slagen als we ons laten inspireren door een verhaal dat tegelijk recht doet aan de fundamentele verbondenheid, kwetsbaarheid én het eigen belang van mensen. Nu de bomen niet meer tot in de hemel groeien, mag je van burgers verwachten dat ze zich actief inzetten voor hun eigen welzijn en dat van anderen. Maar een oproep tot participatie die enkel door bezuinigingsmotieven wordt ingegeven, leidt volgens Sterk algauw tot een knap-het-zelf-maar-op-samenleving. In 'Ieder voor zich en God voor ons allen' gaat ze ten rade bij grote denkers als Martin Buber, Emmanuel Levinas, maar ook theoloog en filosoof Philip Blond, de inspirator van de Britse premier David Cameron.

'Ieder voor zich en God voor ons allen' is het pamflet voor de Nacht van de Theologie 2014.
 

terug
 
 
In Beeld
Activiteiten bij de inloop
meer
 
Wat doet Netwerk DAK?
meer
 
Ons werk wordt mede mogelijk gemaakt door